Vakantie IJsland 2010

Heenreis

In de zomervakantie van 2010 hebben we 3 weken rondgereden door het schitterende IJsland. Omdat we met onze eigen auto gingen duurde de totale vakantie zo'n 4 weken omdat de reis dan moet per boot vanuit Hanstholm in het noorden van Denemarken. De boot vaart éénmaal per week op dinsdag naar IJsland (in het zomerseizoen) om daar dan 2 dagen later aan te komen. Overigens kan ook vanuit Rotterdam worden gevaren, althans alleen de auto. Dan moet je zelf een week later naar IJsland vliegen waar je dan de auto in Reykjavik in de haven kan ophalen.
Op zondag 4 juli zijn we in de loop van de ochtend vertrokken. We hadden voor de heenreis van ruim 1000 km 2 dagen gepland zodat we het rustig aan konden doen. We wilden in het noorden van Duitsland overnachten, ergens tussen Hamburg en de Deense grens. Onderweg hebben we een hotel gebeld in Schleswig om daar de nacht te kunnen doorbrengen. In de loop van de middag kwamen we aan in hotel Hohenzollern in Schleswig. Na aankomst hebben we een wandeling door Schleswig gemaakt en in een restaurant aan de Schlei, een fjord aan de Oostzee, hebben we wat gegeten.
Hotel Hohenzollern in Schleswig
Hotel Hohenzollern in Schleswig
Hotel Hohenzollern in Schleswig
Blik op Schleswig aan de Schlei
Zeilboot op de Schlei
Maandagochtend hebben we Schleswig weer verlaten om al snel Denemarken binnen te rijden. Omdat we de hele dag de tijd hadden om naar het noorden te rijden hadden we besloten om in Denemarken nog het vikingfort van Fyrkat bij de plaats Hobro te bekijken. Het bestaat uit 2 gedeeltes, een openluchtmuseum met reconstructies van gebouwen uit de Vikingtijd en, een paar kilometer verderop, de restanten van een oud Vikingfort dat in 980 n.Chr. is gebouwd. In het openluchtmuseum heeft Ciska nog een potje gekleid en een Vikingbrood gebakken. Na het bezoek aan het openluchtmuseum hebben we het fort bekeken, het is niet meer dan een grote cirkelvormige aarden wal. Na het bezoek aan Fyrkat zijn we naar het hotel in Hanstholm gereden. Daar bleek ook een zwembad te zijn waar Arjan en Ciska de rest van middag hebben gezwommen. Daarna zijn we in het restaurant van het hotel gaan eten. Een buffet, het voorgerecht was ok, maar het hoofdgerecht daarna stelde niet veel voor.
Huis in het Fyrkat openluchtmuseum
Huis in het Fyrkat openluchtmuseum
Huis in het Fyrkat openluchtmuseum
Bakken van viking brood
Ciska kleit een potje
Ciska past kleding van de vikingen
Smidse
Het ronde vikingfort van Fyrkat
Huis waarin de vikingen destijds woonden
Hotel Hanstholm in Hanstholm
In het zwembad van het hotel
Dinsdag 6 juli zijn we vroeg opgestaan, om 7 uur ging de wekker. Voordat we gingen ontbijten hebben we alles al in de auto geladen zodat we na het onbijt niet terug naar de kamer hoefden en direct naar de haven konden rijden. Deze is slechts een paar honderd meter van het hotel verwijderd. Toen we bij de haven aankwamen stond er al een lange rij auto's te wachten voor het inchecken. Toen we daar eenmaal doorheen waren moesten we nog een lange tijd wachten voor Arjan de auto op de MS Norröna van de Smyril Line kon rijden. Hilleke en Ciska mochten namelijk niet in de auto blijven en moesten lopend aan boord gaan. Zij waren dan ook al lang in de hut toen Arjan de auto aan boord kon rijden. We hadden een 4-persoons buitenhut op dek 7 van de boot. Om 11 uur werden de trossen los gegooid voor de 2 dagen durende reis naar IJsland. Dinsdag hadden we goed en rustig weer, maar toen we woensdag opstonden was de zee een stuk ruwer en stampte en rolde de boot veel meer. Zelfs zo erg dat Ciska geen ontbijt wilde, ook andere mensen op de boot waren zeeziek. Ook Arjan en Hilleke voelden zich niet helemaal ok, maar hebben wel ontbeten. In de loop van de woensdag middag kwamen we aan bij de in de mist gehulde Faeröer eilanden waar we in de haven van Tórshavn aanmeerden voor een korte stop. Net nadat we weer waren vertrokken werd omgeroepen dat zodra we weer op de oceaan waren de zee weer erg ruw zou zijn en er werd aangeraden om voor 8 uur te gaan eten. In het restaurant was het ook een stuk rustiger dan de eerste avond, waarschijnlijk hadden niet zo veel mensen trek in eten.
In de haven van Hanstholm
In de haven van Hanstholm
In de haven van Hanstholm
Zeilboot loopt de haven binnen
We verlaten de haven op weg naar IJsland
Arjan en Ciska aan boord van de ferry
Eénmaal op zee staat er een harde wind
Ciska's haren worden weggeblazen
Aan boord is er ook een klein zwembad
Zonsondergang de eerste avond
De tweede dag doen we Tórshavn op de Faeröer eilanden aan
Vogels, zoals deze Jan van Gent, vliegen met de boot mee

Aankomst op IJsland

Donderdag ochtend zijn we vroeg opgestaan omdat we de hut 2 uur voor aankomst in Seyðisfjörður al moesten verlaten en de boot al om 9 uur 's ochtends aankomt (in IJsland is het in de zomer 2 uur vroeger dan in Nederland). De bagage hebben we zolang in een bagagekluis gezet toen we gingen eten. In het restaurant was het ook erg druk omdat iedereen tegelijk ging ontbijten en sommige mensen al hun bagage hadden meegenomen. Na het ontbijt hebben we nog aan het dek gezeten, maar omdat het erg mistig was konden we niets zien van het binnenvaren van de fjord waaraan Seyðisfjörður ligt. Even voor 9 uur werd omgeroepen dat we naar de auto konden gaan, Hilleke en Ciska konden nu ook mee gaan. Het duurde echter nog ruim anderhalf uur voor we van boord konden rijden. Het weer in IJsland was erg slecht. Zwaar bewolkt, mistig en zo af en toe viel er wat regen en de temperatuur was rond de 8 graden. In Egilsstaðir hebben we een bank opgezocht om wat IJslandse kronen uit de muur te trekken waarna we koffie hebben gedronken. Vervolgens zijn we richting ons eerste huisje gereden. Onderweg zijn we nog een aantal maal gestopt, onder andere bij een waterval en Mödrudalur, de hoogstgelegen boerderij van IJsland met een door de boer gebouwd kerkje met door de boer gemaakt schilderijen van Christus die predikt vanaf één van de bergen in de buurt. De volgende stop was bij ons eerste geothermische verschijnsel van IJsland, het solfatarenveld Hverir bij de Námafjall vulkaan. Hier zijn naast borrelende modderpotten ook sissende en stomende boorgaten te zien. Er zijn wandelpaden uitgezet waar je niet buiten moet komen om te voorkomen dat je door de zeer dunne aardkorst zakt. Na hier te hebben rondgelopen zijn we nog naar het geothermische Krafla gebied gereden, maar omdat het weer mistig en regenachtig was geworden zijn we hier niet gestopt en vervolgens zijn we naar Reykjahlid aan het Mývatn meer gegaan om bij de Tourist Info wat info op te halen en bij de supermarkt wat inkopen te doen. Vervolgens zijn we naar ons eerste huisje in Aðaldalur ten zuiden van Húsavík gereden.
Laaghangende bewolking onderweg op de ringweg
Laaghangende bewolking onderweg op de ringweg
Laaghangende bewolking onderweg op de ringweg
De eerste waterval in IJsland, Yst i-Rjùkandi. Er zouden er nog vele volgen
Oude werktuigen bij de Mödrudalur boerderij
Het door de boer gebouwde kerkje van Mödrudalur
Overzicht over het Hverir solfatarenveld
Borrelende modderputten
Nog zo'n modderput
Stomende en sissende boorgaten
Zwavel afzetting
Ons eerste huisje in Aðaldalur

Mývatn meer

Vrijdagochtend zijn we eerst naar Húsavík gegaan om een walvissafari te doen. Daar aangekomen bleek echter dat de vaart die wij wilden doen vandaag niet ging en de volgende gewone tour ging pas weer om 12 uur. De walvissafari komt dan wel een andere keer en we zijn toen naar Reykjahlið gereden om bij de Tourist Info wat brochures over het Mývatn meer te halen en vervolgens zijn we begonnen aan een rondje om het 37 km2 grote meer. Het meer is maximaal slechts 4 meter diep waardoor er een uniek ecosysteem is ontstaan. Door de geringe diepte kan zonlicht tot de bodem doordringen waardoor er allerlei vegetatie groeit op de bodem van het meer. Dit oefent weer een grote aantrekkingskracht uit op watervogels en in het bijzonder eenden waarvan er hier meer soorten leven dan waar ook ter wereld. Het meer ligt verder op de grens van de Noord-Amerikaanse en de Euraziatische plaat waardoor er in het gebied veel vulkanische activiteit is. Ons eerste bezoek was aan Dimmuborgir waar deze activiteit goed is te bewonderen.

Dimmuborgir

Bij Dimmuborgir is tijdens een eruptie een 2 km2 groot lavameer gevormd waarin pilaren ontstonden door opstijgende stoom die de lava afkoelde. Op het meer ontstond ook een korst van gestolde lava en toen het meer leegliep bleven de pilaren staan en de korst stortte in. Door dit bizarre lavalabyrint hebben we een wandeling van zo'n 1,5 uur gemaakt.
Bizarre formaties bij Dimmuborgir
Bizarre formaties bij Dimmuborgir
Bizarre formaties bij Dimmuborgir
Arjan en Ciska in een lavagrot
Ciska in een lavagrot
Met korstmos begroeide lava
Puntige rots in Dimmuborgir
Enorm gat in de lava

Schiereiland Höfði

Op het schiereiland Höfði hebben we ook weer een wandeling gedaan. Hier is een uitbundige flora en fauna en loop je zowaar door een bos, een zeldzaamheid op IJsland. Vanaf een wandelpad die op sommige plaatsen vlak langs het meer loopt wordt een mooi uitzicht geboden op het meer en de vreemdgevormde lavarotsen die er in en langs staan.
Het bos op het schiereiland Höfði
Het bos op het schiereiland Höfði
Het bos op het schiereiland Höfði
Paddestoel in het bos
Ciska maakt foto's van wat plantjes
Zicht op het Mývatn meer
Rots in de vorm van een laars
Rots in de vorm van een vrouw
Eilandje met pseudokraters in het meer

Skútustaðir

Een volgende stop was aan de zuidkant van het meer bij Skútustaðir waar we een wandeling hebben gemaakt langs zogenaamde pseudokraters. Dit zijn kraters die niet zijn gevormd door een uitbarsting met lava maar door een stoomexplosie doordat hete lava in aanraking kwam met water. Nadat we bij een restaurantje wat hadden gegeten zijn we verder gereden langs het meer.
Pseudokraters bij Skútustaðir
Pseudokraters bij Skútustaðir
Pseudokraters bij Skútustaðir
Blik in een verder weinig boeiende pseudokrater

Sigurgeirs vogelmuseum

De laatste stop tijdens het rondje om het meer was bij het Sigurgeirs vogelmuseum. In dit interresante museum zijn heel veel opgezette vogels te zien die in dit gebied voorkomen. Hilleke had ook al veel vogels gefotografeerd en hier heeft ze uitgezocht hoe ze allemaal heten. Na het bezoek aan het vogelmuseum hebben we het rondje rond het meer afgemaakt en zijn we nog naar de Krafla vulkaan gegaan om daar de Viti, het kratermeer, te bekijken.
Een Jan van Gent in het vogelmuseum
Een Jan van Gent in het vogelmuseum
Een Jan van Gent in het vogelmuseum
Papegaaiduiker
Verzameling eenden
Diverse roofvogels
Wat kleine kuikentjes
Nog een kuikentje

Krafla vulkaan

We hebben een rondje over de kraterwand gelopen en daarbij ook de enorme en luidruchtige boorgaten van de Krafla centrale gezien waar stoom uit de aarde wordt omgezet in electriciteit. Nu snappen we we ook waarom het in IJsland altijd zo bewolkt is, hier worden de wolken gemaakt. Na de wandeling rond het kratermeer zijn we in Reykjahlið bij hotel Reynihlið gaan eten alvorens terug te rijden naar ons huisje.
De Krafla centrale
De Krafla centrale
De Krafla centrale
Het kratermeer van de Krafla vulkaan
Rotsen bij de vulkaan
Een klein solfatarenveld
Stoom ontsnapt met geweld uit de aarde
Hete stoom en sneeuw op de voorgrond
Nog een heet solfatarenveld
Met een borrelende modderput
Ook hier zwavelafzettingen
Pas op, heet!

Askja vulkaan

Op zaterdag hadden we de enige al van te voren gereserveeerde excursie, naar de krater van de Askja vulkaan in het binnenland van IJsland, een plaats waar wij met onze gewone auto niet kunnen komen. De bus vertrok om 8 uur vanaf de Tourist Info in Reykjahlið De weg naar de Askja vulkaan is weg F88. De meeste F wegen in het binnenland zijn slechte wegen die alleen met een 4WD kunnen worden bereden. Nadat we een riviertje waren overgestoken hadden we ook de eerste stop bij een watervalletje met een bron met kristalhelder water waar we onze waterflessen hebben bijgevuld. Het meeste water in IJsland is namelijk heerlijk drinkbaar water. Na een korte stop zijn we doorgegaan waarna we nog een stop hadden bij een schuilhut van een vroegere boef, Fjalla Eyvindur, die zich in dit onherbergzame, onbewoonde land had schuilgehouden in een kuil in de grond. Een andere stop onderweg naar Askja was bij een soort van maanlandschap waar onder andere de NASA in de jaren 60 heeft geoefend voor de maanvluchten omdat het landschap er veel overeenkomsten zou hebben met het landschap op de maan. Rond 12:30 waren we bij de Askja vulkaan. Het weer was overigens deze dag niet zo best. Zwaar bewolkt en zo af en toe viel er regen uit. Vanaf de parkeerplaats was het nog meer dan een half uur lopen door de zo'n 50 km2 grote caldera van de Askja krater naar het kratermeer dat is gevormd na de uitbarsting in 1875 toen een nieuwe caldera ontstond welke met water is gevuld en zo het 11 km2 grote Öskjuvatn vormt. We zijn ruim een half uur bij de krater gebleven waarbij nog een paar mensen in de Viti zijn afgedaald om daar te gaan zwemmen in het warme, melkwitte water van de Viti. Na het half uur begon het weer zachtjes te regenen en zijn we aan de terugtocht naar de bus begonnen. Hierbij zijn we nog behoorlijk nat geregend. Toen iedereen weer bij de bus was zijn we met nog een aantal stops terug gereden naar Reykjahlið waar we rond 7 uur 's avonds weer aankwamen. Bij de supermarkt hebben we nog inkopen gedaan en daarna zijn we terug gereden naar ons huisje. Eénmaal thuis bleek dat Ciska haar camera in de bus had laten liggen. Hilleke is toen bij de eigenaresse van het huisje gaan bellen met de organisatie die de trip had gedaan. Daar hadden ze de camera gevonden en ze zouden zorgan dat die de volgende dag bij de Tourist Info in Reykjahlið zou liggen waar we hem konden ophalen.
De waterval bij de eerste stop
De waterval bij de eerste stop
De waterval bij de eerste stop
Ciska vult de fles met fris helder water
Het gat in de grond waar Fjalla Eyvindur zich schuil hield
Nogmaals hetzelfde gat
De woeste Jökulsá á Fjöllum baant zich een weg door een canyon
Het maanlandschap
De caldera van de Askja vulkaan
Het melkwitte Viti meer met water van zo'n 25 graden
Veelkleurige rotsen langs de Viti
Detail met de vele kleuren
Het veel grotere Askja meer met water van slechts een paar graden
Zwemmen in de Viti

Dettifoss en Hafragilsfoss waterval

De volgende dag zijn we weer eerst naar Húsavík gereden om een walvissafari te doen. We wilden een 4 uur durende tocht met een zeilboot om op zoek te gaan naar walvissen in de baai bij Húsavík. Het bleek echter dat de tour van 9:30 van de zeilboot niet doorging, maar wel die van 's middags 16:00 uur alhoewel die om 16:30 zou gaan. Daarvoor hebben we dan ook drie plaatsen gereserveerd. Verolgens zijn we weer terug gegaan naar Reykjahlið om bij de Tourist Info Ciska's camera op te gaan halen. Die bleek daar echter niet te zijn en de dame achter de balie, Katharina, heeft geprobeerd om de eigenaar van de tourmaatschappij te bellen, maar ze kon hem niet bereiken omdat hij waarschijnlijk naar de kerk was. We hebben telefoonnummers uitgewisseld zodat ze ons kon bellen als ze meer wist of wij haar om te informeren naar de status. Daarna zijn we vertrokken naar de Dettifoss waterval, één van de grootste en indrukwekkendste watervallen van Europa. De weg daarheen was echter niet zo best, 28 km over een onverharde weg met een wegdek als een wasbord. Een eerste keer op een dergelijke weg begin je met heel rustig te rijden, maar dat hobbelt juist het meest. Na verloop van tijd zijn we sneller gaan rijden zodat je het minste last hebt van de hobbels. Echter de grote gaten in het wegdek konden we niet zien omdat er veel plassen op de weg stonden omdat het some regende. Na een lange hobbelige rit kwamen we eindelijk bij de waterval aan. De waterval was inderdaad erg indrukwekkend, met donderend geweld stort zich hier gemiddeld zo'n 193 m3/s water van de Jökulsá á Fjöllum rivier over een breedte van 100 meter zo'n 45 meter naar beneden. Na een korte wandeling zijn we doorgereden naar de volgende waterval een stukje verderop, de Hafragilsfoss waterval. Terwijl we daar waren belde Katharina dat ze de camera met de bus naar Húsavík zou sturen en hem door de chauffeur naar restaurant Gamli Baukur zou laten brengen waar wij na de walvissafari zouden gaan eten.
De Dettifoss waterval stort zich naar beneden
De Dettifoss waterval stort zich naar beneden
De Dettifoss waterval stort zich naar beneden
Een enorme waternevel vult de canyon
De Jökulsá á Fjöllum rivier vervolgt zijn weg door de Jókulsárgljúfur canyon
Naar de volgende waterval, de Hafragilsfoss waterval
Nogmaals de Hafragilsfoss waterval, links op de achtergrond de nevel van de Dettifoss
Een apart blauw meertje direct naast de Hafragilsfoss waterval

Ásbyrgi

Na het bezoek aan de watervallen zijn we verder gereden naar Ásbyrgi (Godenburcht). Dit is een 4 km lange kloof met steile rotswanden van zo'n 100 meter hoog. De weg loopt tot achter in de kloof waar we een korte wandeling hebben gemaakt door een bos. Iets unieks voor IJsland, veel bomen zijn er namelijk niet, laat staan bossen. De bomen die er zijn zijn overigens erg klein, de meeste zijn niet hoger dan zo'n meter of tien. Inmiddels liet ook eindelijk de zon zich eens zien en zagen we zo af en toe ook eens wat blauwe lucht. Twee verschijnselen die we deze vakantie nog niet eerder hadden gezien. Ook de temperatuur liet eindelijk eens waarden zien met dubbele cijfers, we haalden vandaag de 11 graden! Na een wandeling door de kloof hebben we koers gezet naar Húsavík zodat we daar op tijd zouden zijn voor de walvissafari. Onderweg nog een paar keer gestopt bij hoge kliffen op het schiereiland Tjönes aan de Öxarfjörður fjord om te zien of we papegaaiduikers konden vinden. Bij de eerste stop dreven ze allemaal nog verder ons in de zee, maar bij een tweede stop iets verder weg konden we ze duidelijk op de kliffen zien zitten.
Opnieuw een bos, nu aan het einde van de kloof van Ásbyrgi
Opnieuw een bos, nu aan het einde van de kloof van Ásbyrgi
Opnieuw een bos, nu aan het einde van de kloof van Ásbyrgi
Hoog torent de klif boven het kristalheldere water uit
Zicht over Ásbyrgi
Schiereiland Tjönes aan de Öxarfjörður fjord
Papegaaiduikers op de kliffen
En broedende meeuwen

Walvissafari

Eénmaal in Húsavík zijn we bij restaurant Gamli Baukur koffie gaan drinken en hebben een tafel gereserveerd voor de avond. Tegen half vijf gingen we naar de boot waar we een wind- en waterdicht pak kregen. Om half vijf vertrok de zeilboot voor de 4 uur durende rondvaart om op zoek te gaan naar walvissen, dolfijnen en papegaaiduikers. Helaas hebben we geen walvis gezien, maar wel tientallen dolfijnen en ook heel veel papegaaiduikers bij het vogeleiland Lundey. De tocht duurde uiteindelijk wel iets korter dan 4 uur, even na achten waren we weer terug in de haven. Na het pak te hebben uitgetrokken zijn we naar het restaurant gelopen, daar wisten ze in eerste instantie niets van een camera, maar even later kwam er toch een pakje te voorschijn waarin Ciska's camera bleek te zitten. Arjan heeft vervolgens Katharina ge-sms-ed om haar te bedanken voor al haar inspanningen. We hebben heerlijk gegeten terwijl in een andere ruimte in het restaurant een groot scherm stond waarop de WK finale Nederland-Spanje was te volgen. Toen we klaar waren met eten wisten we dus ook dat Spanje kampioen was geworden en vervolgens zijn we terug gereden naar ons huisje.
De zeilboot waar we de walvissafari mee gedaan hebben
De zeilboot waar we de walvissafari mee gedaan hebben
De zeilboot waar we de walvissafari mee gedaan hebben
Een gevangen haai wordt aan land gehesen
We hebben veel dolfijnen gezien, geen walvissen
Een uit het water springende dolfijn
De zeilen zijn gehesen (voor de vorm, het waaide namelijk niet)
Hilleke en Ciska op de voorkant van de boot
In de zee zitten ook veel papegaaiduikers
Een meeuw volgt de boot
Zicht op Húsavík
De haven en baai van Húsavík
De kerk in Húsavík

Naar de Westfjorden

Maandag 12 juli was het alweer zover dat we ons eerste huisje gingen verlaten en op weg gingen naar het westen van IJsland. We hadden een tussenstop van 1 nacht in Ásar omdat de Westfjorden te ver weg waren om in 1 dag te doen en omdat we ook nog een aantal stops wilden maken. De eerste stop was niet zo ver van het huisje, de Goðafoss waterval. Eén van de bekendste watervallen van het land met een hoogte van slechts 12 meter. De waterval heeft zijn naam te danken aan het feit dat een wetspreker in het jaar 1000, na thuiskomst van de jaarlijkse vergadering van het Alþing, op deze plaats de afgodsbeelden uit de tempel in het water heeft gegooid omdat op de vergadering was besloten het christelijk geloof aan te nemen. Na de waterval zijn we verder gereeden en hebben een stop gemaakt bij een oude turfboederij bij Laufás uit 1840-1870 die tot 1936 bewoond is geweest en nu een museum is. Tevens hebben we het er naast gelegen kerkje bezocht. Via Akureyri, waar we behalve om te tanken niet hebben gestopt, zijn we over het schiereiland Eyjafjardhar met een omweg langs de kust gereden. Net voor we bij ons huisje waren begon de lucht weer te betrekken en kregen we een enorme plensbui over ons heen. Echter bij aankomst in in Ásar bij huisje Stóra-Giljá was het weer droog en konden we de spullen droog uitladen. Dit huisje had een hotpot, een jacuzzi buiten het huisje die met heet water kan worden gevuld. Hier hebben we met z'n drie-en een groot deel van de avond in doorgebracht.
De Goðafoss waterval
De Goðafoss waterval
De Goðafoss waterval
Ciska voor de Goðafoss waterval
De turfboederij bij Laufás
Oude schaatsen in de boerderij
Slaapkamer in de boerderij
Spinnewiel
Houten vogel op het dak van het huis
Aan de achterzijde is duidelijk de turf te zien
De kerk bij de boerderij in Laufás
Mooi houtsnijwerk op de preekstoel in het kerkje
Ons tweede huisje voor 1 nacht in Asar
De hotpot bij het huisje
De ondergaande zon zet 's nachts om 23:30 het huisje in een oranje gloed
Lekker uitgeslapen de volgende dag, we hebben geen niet zo'n lange rit voor de boeg naar ons volgende onderkomen op de Westfjorden ten zuiden van Hólmavik. De eerste stop was al dicht bij Asar in Þingeyrar. Hier was één van de belangrijkste boerderijen van de streek en er stond ook een klooster. Op de plaats van het klooster staat nu een alleraardigst stenen kerkje. Deze Þingeyrarkirkja is te bezichtigen maar er moet wel toegang voor betaald worden, maar het is het meer dan waard. In het schitterende interieur staan onder andere een 15e eeuws altaarstuk uit Engeland en een preekstoel uit Nederland. Na het kerkje zijn we maar weer eens een waterval gaan bekijken, deze keer die van Kolugljúfur. Het kostte wat moeite om ze te vinden want de kaart, onze reisboeken en de wegwijzers waren het niet allemaal eens over de wegnummers. Maar uiteindelijk hebben we de waterval toch gevonden. Hier geen bussen vol met toeristen, we waren de enigen bij de waterval. Arjan en Ciska hebben nog geprobeerd om als ware Hollanders een deel van de waterval af te dammen. Na nog een ritje langs de kust, waar veel drijfhout ligt, kwamen we in de loop van de middag van deze dag met mooi weer bij ons volgende huisje Kirkjuböl in Steingrimsfjörður. Geen huisje voor ons zelf maar een kamer in een bed & breakfast. 's Avonds zijn we gaan eten in een restaurant in Hólmavik waar Hilleke en Arjan voor het eerst papegaaiduiker vlees hebben gegeten. Ciska vond dat te zielig voor zo'n beestje en heeft wat anders genomen.
Het stenen kerkje van Þingeyrar, de Þingeyrarkirkja
Het stenen kerkje van Þingeyrar, de Þingeyrarkirkja
Het stenen kerkje van Þingeyrar, de Þingeyrarkirkja
Altaarstuk uit Engeland
Preekstoel uit Nederland
Jezus en een aantal van de apostelen
Het doopvont in de kerk
Vogel boven het doopvont
Ciska met een hooibaal
De Kolugljúfur waterval
Ciska en Arjan bouwen een dam
Veel drijfhout langs de kust
Guesthouse Kirkjuböl in Steingrimsfjörður
Stal tegenover het guesthouse

Isafjörður

De volgende dag zijn we vroeg opgestaan want we wilden naar Isafjörður. Hemelsbreed nog geen 90 km van het guesthouse verwijderd maar over de weg meer dan 220 km. De weg kronkelt namelijk om de baaien en inhammen van de Isafjarðardjúp. Toen we vertrokken zag de lucht er zwaar bewolkt uit en toen we over de Steingrimsfjarðarheiði hoogvlakte reden, reden we op een gegeven moment in de wolken. Maar toen we over de hoogvlakte heen waren en bij de zee aankwamen was het grootste deel van de bewolking al weggetrokken en keken we weer tegen een blauwe lucht aan. We zijn dan ook op diverse plaatsen langs de kust gestopt om van het schitterende uitzicht over de fjord en de tegenoverliggende Drangajökull gletsjer te genieten. Bij de voormalige turfboerderij Litlibær zijn we gestopt om van koffie met wafels te genieten. Na een lange rit kwamen we uiteindelijk in Isafjörður. Bij de Tourist Info hebben we gevraagd naar de mogelijkheden om te gaan kajakken. De meeste bieden dit echter pas aan voor kiinderen vanaf 13 jaar. Uiteindelijk heeft de dame bij de Tourist Info er één gevonden die ook jongere kinderen meeneemt. Deze was echter niet te bereiken. In het restaurant naast de Tourist Info toen eerst wat gegeten en daarna bleek de man wel te bereiken en we konden er direct heen rijden. We moesten daarvoor door een meer dan 4 km lange éénbaanstunnel. Hierin heeft 1 richting voorrang, voor auto's in de andere richting zijn er uitwijkhavens. Terwijl we op de afgesproken plaats stonden te wachten kwam de man al aangereden met een aanhangwagen vol met kajaks. Omdat we nog beginners zijn (behalve Ciska) zijn we niet op de zee gaan kajakken omdat het daar te hard waaide maar op een klein meertje. We kregen speciale pakken aan en al snel dreven we in onze kajaks op het water en peddelden we kalm heen en weer over het water. We vonden het alle drie erg leuk om te doen. Na zo'n anderhalf uur waren we het wel weer zat en zijn we uit het water gegaan. Vervolgens zijn we terug gereden naar Isafjörður en vandaar door naar Bolungarvík waar we hebben gegeten. Bij het restaurant zaten we op een beschut buitenterras in de zon waar we het al snel erg warm kregen. Na het eten zijn we weer terug gereden via dezelfde kronkelige weg naar ons guesthouse. Hier kwamen we tegen half elf pas weer aan.
Schitterende vergezichten over de Isafjarðardjúp fjord
Schitterende vergezichten over de Isafjarðardjúp fjord
Schitterende vergezichten over de Isafjarðardjúp fjord
Voormalige turfboerderij Litlibær
Waar we heerlijke wafels hebben gegeten
Met schitterend zicht op een inham van de fjord
De hond van de turfboerderij
De haven van Isafjörður
Ciska is klaar om te gaan kajakken
Klaar om te water te gaan
Hilleke aan het kajakken
Ciska en Arjan in hun kajak
De haven van Bolungarvík
Arjan maakt een foto van de Drangajökull gletsjer
Deze foto dus van de Drangajökull gletsjer

Vogeleiland Grimsey

Voor donderdag 15 juli hadden we in de ochtend een tochtje gepland naar het vogeleiland Grimsey voor de kust bij het plaatsje Drangsnes (IJsland kent overigens nog een eiland dat Grimsey heet en dat precies op de poolcirkel ten noorden van IJsland ligt). Om 9 uur moesten we in de haven van Drangsnes zijn vanwaar de boot zou vertrekken. Om precies 9 uur kwam Asbjörn de eigenaar van de boot samen met de vriend van zijn kleindochter, aangereden. Die vriend was erbij als tolk, want als een van de weinige IJslanders sprak Asbjörn weinig engels. Even later vertrokken we, wij waren overigens de enige drie passagiers aan boord. Het eiland ligt vrij dicht voor de kust dus al snel waren we bij het eiland en voeren we tussen honderden vogels door die op zee zwommen, papegaaiduikers, verschillende soorten meeuwen, zwarte zeekoeten en noordse sternen. In een kleine baai zijn we even gestopt waar we op een paar meter afstand zaten van nestelende noordse stormvogels, drieteenmeeuwen en kuifaalscholvers. Na nog een half rondje rond Grimsey te hebben gevaren hebben we aangelegd om een wandeling over het eiland te maken. Hier zitten papegaaiduikers, noordse stormvogels, eidereenden en diverse meeuwen. We kwamen uiteindelijk voor de papegaaiduikers en daar zitten er ongeveer een half miljoen van op dit eiland. Tijdens de wandeling zagen we opeens een papegaaiduiker die vast zat in een net in een gat in de grond. Met Hillekes zakmes heeft Asbjörn het net kapot gesneden en de dankbare vogel zijn vrijheid terug gegeven. Toen we eenmaal boven op de rots waren geklommen konden we de papegaaiduikers tot wel een meter naderen. Als je maar rustig liep en geen onverwachte bewegingen maakte bleven ze zitten en je aankijken. Bij geluid of een te snelle beweging vlogen ze met tientallen tegelijk op. Ook zagen we in het water rond het eiland nog walvissen zwemmen, een onverwachte verrassing. In de vuurtoren bovenop het eiland hebben we het gastenboek getekend waarna we weer terug zijn gelopen naar de boot. Onderweg daarheen stapte Arjan met één been in een verborgen kuil waardoor hij zijn voet verzwikte en amper meer kon lopen. Hij liep achteraan en de rest liep gewoon door, roepen had geen zin want de meeuwen en andere vogels maakten te veel lawaai. Uiteindelijk heeft Arjan een sms naar Hilleke gestuurd dat hij niet verder kon lopen en is de vriend terug gekomen. Arjan kon inmiddels wel weer staan en is langzaam terug gelopen naar de boot. Eénmaal terug aan land hebben we afscheid genomen en zijn we verder gereden naar Kluka.
Het vogeleiland Grimsey
Het vogeleiland Grimsey
Het vogeleiland Grimsey
De boot waarmee we naar het eiland gingen
Papegaaiduiker in de zee
De zee ziet zwart van de vogels
Noordse stormvogel met jongen
Kuifaalscholver met jongen
De verstrikt geraakte papegaaiduiker wordt bevrijd
En de nog wat bange vogel wordt weer losgelaten
Drijfhoutkunst op het eiland
Nest met eieren
Diverse papegaaiduikers
Papegaaiduikers kijken uit over de zee
En geschrokken vliegen ze weg
Papegaaiduiker met gevangen visjes
In Kluka hebben we de tovenaarshut bekeken. Een nagebouwde turfhut die is ingericht als hut van een tovenaar (mannelijke heks). Arjan had inmiddels niet zo veel last meer van zijn voet. Naast de hut was een zwembad met warm water uit de grond en een paar natuurlijke hotpots. We hebben hier zo'n anderhalf uur in het water van 32 graden gezwommen. Toen we eruit gingen had Arjan opeens weer veel last van zijn voet en kon amper meer lopen. Steunend op Hilleke is hij terug gelopen naar de auto. Vervolgens zijn we terug gereden naar het guesthouse. Onderweg hebben we in Hólmavik boodschappen gedaan en zijn Hilleke en Ciska nog naar het schapenmuseum tegenover het guesthouse gegaan. Arjan bleef met zijn pijnlijke voet in de auto zitten. Bij het museum heeft Ciska nog 2 lammetjes met een fles gevoerd.
De hut van de tovenaar
De hut van de tovenaar
De hut van de tovenaar
Keuken in de hut
Tovenaarsteken op een balk
Ciska en Arjan op een tovenaarsbankje
Het zwembad naast de tovenaarshut
Ciska in de hotpot
Het schapenmuseum
Schapenkop in het museum
Ciska voert 2 lammetjes
Deze twee dus
Oude tractor bij het schapenmuseum
Terug in het guesthouse heeft Hilleke gekookt, maar Arjan kon toen geen stap meer verzetten en verging van de pijn bij iedere stap. Steunend op Hilleke heeft hij de 10 meter van de kamer naar de eetkamer afgelegd en is op een stoel neergeplofd. Hilleke en Esther (eigenaresse vh guesthouse) wilden nog een dokter bellen, maar Arjan wilde eerst de nacht afwachten. Toen we na het eten nog in de eetkamer zaten kwamen opeens de Zwitserse familie binnen die we al bij het hotel in Hanstholm en op de ferry hadden ontmoet. Op het schip zaten ze in dezelfde gang een paar deuren verder en het was wel erg toevallig ze nu hier weer te treffen. Van hun heeft Arjan zalf gekregen om op zijn voet te smeren en een pijnstiller om de nacht door te komen. De rest van de avond hebben we met de Zwitsers en een IJslands echtpaar zitten praten. Tegen 12 uur werd de man door zijn vrouw gefeliciteerd, blijkt hij op dezelfde dag jarig als Hilleke en even later bleek dat de vrouw op 2 augustus jarig is, 1 dag na Arjan. Toen we naar bed gingen was Arjan zijn voet al een stuk minder pijnlijk en kon hij zelf naar de kamer lopen.

Skarð

De volgende dag is Hillekes verjaardag en kunnen we weer eens uit slapen. We hoeven niet zo ver te rijden naar het volgende verblijf en hoeven dus ook niet erg vroeg op te staan. Met Arjans voet gaat het inmiddels al weer een stuk beter, hij is nog wel pijnlijk en het lopen gaat nog niet zo snel maar duidelijk beter dan de vorige dag. Een bezoek aan een dokter is dan ook niet meer nodig. We besloten om een omweg te maken via Skarð omdat daar volgens onze reisgids een mooi kerkje zou staan. Dat bleek er inderdaad te staan maar de deur zal helaas op slot. Maar in het huis ernaast was een sleutel en de bewoonster heeft de deur geopend en ons het één en ander over de historie van het kerk en het interieur verteld. Hier zijn onder andere een preekstoel uit de 17e eeuw en een triptiek uit de 15e eeuw te zien. Via de meest westelijke punt van het schiereiland, waar veel vogels te zien zouden moeten zijn zijn we via de zuidkant van het schiereiland terug gereden. Wij hebben echter niet veel vogels gezien. Niet veel later waren we in Búðardalur waar we boodschappen hebben gedaan waarna we nog een klein stukje moesten rijden naar ons volgende huisje in Haukadalur. Het kleinste huisje tot nu toe waar we ook maar 1 nacht blijven. 's Avonds hebben we ter ere van Hillekes verjaardag in een restaurant in Búðardalur gegeten.
Het schattige kerkje van Skarð
Het schattige kerkje van Skarð
Het schattige kerkje van Skarð
Drieluik op de preekstoel uit de 17e eeuw
En het triptiek uit de 15e eeuw
Lunch onderweg
Met een schitterend uitzicht tijdens de lunch
Onze huisje voor 1 nacht in Haukadalur

Eirikstaðir

De afstand van Haukadalur naar ons volgende verblijf in Borgarfjörður is niet zo ver dus hadden we besloten om een rondje over het schiereiland Snæfellsnes te maken. Eerst zijn we echter naar Eirikstaðir gereden op slechts een paar kilometer van het huisje. Hier liggen de vermoedelijke restanten van de boerderij van Erik de Rode. Erik de Rode is degene die rond 986 Groenland heeft ontdekt nadat hij voor moord drie jaar was verbannen van IJsland. Zijn zoon Leif is degene die als eerste Amerika heeft ontdekt. Vlakbij de plaats van de boerderij is nu een nagebouwde kopie te bezoeken. Binnen was iemand die op een erg leuke manier over de geschiedenis van Erik de Rode en het leven in boerderij rond het jaar 1000 kon vertellen. Nadat we alles hadden aangehoord zijn we vertrokken voor ons rondje Snæfellsnes.
De nagebouwde boerderij van Erik de Rode
De nagebouwde boerderij van Erik de Rode
De nagebouwde boerderij van Erik de Rode
Standbeeld van Leif Erikson, de ontdekker van Amerika
Weefgetouw in de boerderij
Een krap bet war vroegr op werd geslapen
Opslag van spullen

Stykkishólmur

Het eerste deel van de weg op het schiereiland was echter niet geasfalteerd maar een gravel weg en zelfs een vrij lang stuk en dat gaat toch minder snel dan een gewone weg. Overigens blijken de meeste wegen en niet alleen de ringweg, wel geasfalteerd te zijn. Zoveel niet geasfalteerde wegen komen we gelukkig niet tegen. Als eerste gingen we naar Stykkishólmur. Bij een bakkerij aan het begin van de stad (1270 inwoners) hebben we bij een bakkerij een broodje gegeten alvorens naar de haven te rijden. Daar aangekomen zagen we dat er rondvaarten kunnen worden gemaakt over het Breidafjörður, de grote fjord ten noorden van Snæfellsnes. De rondvaart vertrok om 14:30 en we voeren langs een aantal van de vele eilanden in de fjord. Bij sommige werd ook gestopt, niet aangelegd, om te kijken naar onder andere het rijke vogelleven op het eiland of een bijzondere natuur fenomeen. Verder werd onderweg nog een soort van net achter de boot aangesleept waarmee weekdieren van de bodem werden gehaald. Toen het net na tien minuten weer werd binnengehaald zat het vol met schelpen, zeesterren, zee-egels en andere dieren. Door de bemanning werden de eetbare opengemaakt en deze konden door de passagiers direct worden opgegeten, al die niet vergezeld door een glas witte wijn. Wij hebben ook een aantal St. Jacobs schelpen gegeten. Rond kwart voor vijf waren we weer terug in de haven en besloten we om naar het volgende huisje te rijden en niet het rondje over het schiereiland af te maken, dat wilden we de volgende dag doen. Gelukkig was de weg vanuit Stykkishólmur naar Borgarnes geheel geasfalteerd en konden we dus goed opschieten. In Borgarnes hebben we nog inkopen gedaan voor het avondeten en daarna zijn we via weg 50 richting ons volgende verblijf gereden. Onderweg wilde Arjan bellen om door te geven dat we na 6 uur zouden aankomen, maar toen kwam hij tot de ontdekking dat hij zijn mobiele telefoon kwijt was. Toen we bij het volgende huisje arriveerden, bleek dat er niemand in het huis van de eigenaar aanwezig was. De sleutel zat echter in de deur van het huisje en we konden dus wel naar binnen. Even later kwam er al een wat oudere man aangelopen die voor ons de hotpot heeft aangezet zodat we daar vanavond in kunnen. Hilleke heeft vervolgens met haar telefoon die van Arjan proberen te bellen in de hoop dat hij door iemand was gevonden die hem zou opnemen. Dat bleek inderdaad het geval. Een vrouw had de telefoon in Stykkishólmur gevonden en zou hem daar bij een vriendin brengen omdat ze zelf in Reykjavik woont. We kunnen de telefoon de volgende dag in Stykkishólmur ophalen omdat we dan toch het, voor deze dag geplande, rondje over het schiereiland Snæfellsnes willen maken en Stykkishólmur dan maar een klein stukje om is.
De boot waarmee we de rondvaart deden
De boot waarmee we de rondvaart deden
De boot waarmee we de rondvaart deden
Vierkante en horizontaal liggende basaltkolommen ipv zeshoekig en vertikaal
Vertikale basaltkolommen
Ook hier weer veel vogels
Eén van de vele eilanden in de Breidafjörður fjord
Het sleepnet vol zeedieren wordt opgehaald
Een gedeelte van de vangst
Onder andere deze krab
En deze fraaie zeester
Arjan aan boord van de boot
Ons huis in Borgarfjörður, een echt huis deze keer
Hilleke en Ciska in de hotpot

Snæfellsnes

Zondag zijn we als eerste terug gereden naar Stykkishólmur om Arjans telefoon op te gaan halen. Bij een benzinepomp hebben we nog wat gekocht als bedankje. Al snel hadden we het huis gevonden en we werden hartelijk door de bewoners ontvangen en Arjan kreeg zijn telefoon terug. De vriendin had hem ergens op de kade bij de haven gevonden. We werden uitgenodigd om koffie te drinken maar kregen meteen een uitgebreide lunch voorgeschoteld met broodjes, diverse kazen en zelfgemaakte tonijnsalade. Al met al een hartelijke ontvangst dus. Het al wat oudere echtpaar woont op een mooie lokatie op een heuvel boven Stykkishólmur met een fantastisch uitzicht over de fjord en wijde omgeving. Op een gegeven moment kwam ook hun dochter nog langs die een paar woorden Nederlands sprak omdat ze een tijdje in Nederland in Spijkenisse had gewoond en gewerkt. We hebben anderhalf uur lang erg gezellig met ze gepraat en genoten van de lunch en het nog steeds erg mooie weer. Waren we vorige week de 10 graden gepasseerd, inmiddels waren we de 20 graden al voorbij en liepen we de hele dag in t-shirts met korte mouwen en bleven onze winterkleren in de auto. Zo rond half één hebben we afscheid genomen en onze rondrit over Snæfellsnes vervolgd. De volgende stop was bij de Bjarnahófn waar een klein museum is gewijd aan de haaienvangst. Tevens is er een drogerij van haaienvlees waar het verschrikkelijk stinkt. In het museum kon je ook een stukje haaienvlees proeven. Het rook erg naar ammoniak, maar het was op zich niet vies. Tijdens een groote deel van onze route hadden we zicht op de besneeuwde top van de 1446 meter hoge Snæfellsjökull vulkaan. Dit is de vulkaan waardoor de Duitse geoloog Otto Lidenbrock wilde afdalen naar het binnenste van de aarde in Jules Vernes boek 'Reis naar het middelpunt van de aarde'.
Op het terras van het echtpaar en hun dochter
Op het terras van het echtpaar en hun dochter
Op het terras van het echtpaar en hun dochter
Het uitzicht dat zij hebben over Stykkishólmur
En hun uitzicht over de Breidafjörður fjord
Zeehonden in het haaienmuseum in Bjarnahófn
Model van een vikingschip in het haaienmuseum
De drogerij voor het haaienvlees
Het vlees hangt daar een paar maanden te drogen
Het vlees stinkt overigens verschrikkelijk
Paard met veulen bij het haaienmuseum
Fraaie plaatjes van Snæfellsnes
De markante berg Kirkjufell bij Grundarfjörður
Ciska heeft het hier ook naar haar zin
Sneeuw op de top van de 1446 meter hoge Snæfellsjökull vulkaan
Pootje baden aan het strand bij Skarðsvik
Waar de golven op de rotsen slaan
Opeens zien we mist optrekken vanaf zee bij Öndverðarnes
De stenen zuilen van Lóndrangar, restanten van een weggespoelde vulkaan

Lavagrot van Víðgelmir

De volgende dag zijn we in de buurt van het huisje gebleven. Als eerste zijn we naar de lavagrot Víðgelmir gereden. Om 11 uur begon daar een 1 uur durende wandeling. De grot in het lavaveld Hallmundarhraun is ontstaan rond het jaar 900 doordat de lava aan de oppervlakte stolde en de nog vloeibare lava daaronder wegstroomde. De grot is ontdekt omdat tijdens een aardbeving een deel van het dak is ingestort. In de grot is het behoorlijk koud en er is dus ook ijs aanwezig. De toegang tot de grot is echter niet eenvoudig. Veel geklauter over een grote brokken lava. In de grot waren inderdaad diverse stalagtieten van ijs te zien. Overigens is daar later in de zomer niet veel meer van over, dan is het meeste gesmolten. De gids die ons rondleidde zei ook dat toen ze hier een paar weken geleden was er meer ijs was. Na een uur door de pikdonkere grot te hebben geklauterd zijn we er weer uit gegaan. Omdat het in de grot zou koud was hadden we extra warme kleding aangedaan,.maar door al dat geklauter over de brokken lava kregen we het juist erg warm en waren we blij weer buiten te staan. Overigens is de toegangsprijs voor de grot tamelijk hoog en eigenlijk te hoog voor de bijzonderheid van de grot. Dus eigenlijk hoef je hier niet heen te gaan tenzij je het echt erg interresant vindt.
Ingang van de lavagrot Víðgelmir
Ingang van de lavagrot Víðgelmir
Ingang van de lavagrot Víðgelmir
Ijs in de grot
Ciska bij een ijspilaartje

Husafell

Vanaf de grot naar Husafell was niet zo ver. Husafell is een populair gebied waar de IJslanders heen gaan om te ontspannen op mooie zomerdagen. Ook vandaag was zo'n warme zomerdag, de temperatuur was inmiddels tot ruim boven de 20 graden gestegen. Bij Husafell kan je wandelen, zwemmen, etc. Wij hebben eerst wat gegeten en daarna zijn we naar het zwembad bij de camping gegaan en hebben daar een groot deel van de middag doorgebracht in het heerlijke warme water. Nadat we weer klaar waren zijn we weer terug gegaan naar ons huisje. Op de parkeerplaats van het zwembad kwamen we weer het Zwitserse gezin Vögel tegen die we al diverse malen, zoals reeds eerder vermeld, hadden gezien. Onderweg zijn we nog gestopt bij twee bij elkaar liggende watervallen, de Hraunfossar en Barnafoss waterval. Bij de eerste stroomt het water over een niet waterdoorlatende laag van het lavaveld Hallmundarhraun waardoor een lage maar heel brede waterval ontstaat. De Barnafoss (kinder waterval) heet zo omdat de legende vertelt dat hier in het verleden eens twee kinderen zijn verdronken.
In het zwembad van Husafell
In het zwembad van Husafell
In het zwembad van Husafell
Hraunfossar waterval waarbij het water uit het lavaveld stroomt
Ciska en Arjan bekijken de waterval
Het lavaveld Hallmundarhraun
Detail van de lava
Hilleke en Ciska fotograferen een paddestoel
Deze paddestoel dus
De Barnafoss waterval
Arjan fotografeert de Barnafoss

Þingvellir

De volgende dag was het al weer tijd om ons luxe huisje te verlaten. Toen we opstonden zagen we voor het eerst in lange tijd geen strakblauwe lucht, maar een zwaarbewolkte. Geen blauw of zon te bekennen. We hadden besloten om via Þingvellir naar ons volgende onderkomen in Ölfus ten zuidoosten van Reykjavik te gaan. Þingvellir gereden is onderdeel van de Gouden Cirkel. Dit is een gebied in IJsland waar veel toeristische attracties te vinden zijn. Zowel op cultureel gebied als natuurschoon. Naast Þingvellir vallen daar onder andere ook de Gullfoss waterval, de Geysir geiser en het Laugarvatn meer onder. Deze laatste drie zullen we in de komende dagen ook bezoeken maar voor deze dag stond Þingvellir gereden op het programma. Via een slechte weg, weg 52, zijn we er heen. Þingvellir is sinds 1930 een nationaal park en is onderdeel van een verzakking van 6 km breed en 40 km lang met kloven in het oosten en westen. Hier zie je de Midden-Atlantische rug waar de Noord-Amerikaanse en Euraziatische plaat bij elkaar komen. Deze platen drijven ieder jaar zo'n 2 cm uit elkaar. IJsland wordt dus ieder jaar 2 cm groter. Verder is Þingvellir ook bekend doordat hier in 930 voor het eerst de Alþing, de volksvertegenwoordiging, bijeenkwam. Dat is tot 1798 jaarlijks gebeurd. Behalve dat het een soort parlement was werd hier ook jaarlijks een feest gevierd, werden huwelijken gesloten, sportwedstrijden gehouden en veroordeelden terechtgesteld. Ook tegenwoordig neemt Þingvellir nog een belangrijke plaats in in IJsland. Bijvoorbeeld het 1000 jarig bestaan van IJsland en in 1944 werd er de republiek IJsland uitgeroepen en in 2000 werd gevierd dat IJsland zich 1000 jaar eerder tot het christendom bekeerde. Eénmaal bij Þingvellir aangekomen zijn we door de kloof gewandeld. Als eerste zijn we op de Euraziatische plaat geweest en later op de dag hebben we over de Noord-Amerikaans plaat gelopen en uiteraard ook door de kloof tussen beide platen in. Na het langdurige bezoek aan deze mooie en interresante plaats zijn we naar het volgende verblijf gereden.
Þingvellir met links de Noord-Amerikaanse en rechts de Euraziatische plaat
Þingvellir met links de Noord-Amerikaanse en rechts de Euraziatische plaat
Þingvellir met links de Noord-Amerikaanse en rechts de Euraziatische plaat
Nogmaals de kloof Almannagjá met links Europa en rechts Amerika
Ciska voor de 20 meter hoge Öxarárfoss waterval
Kristalhelder water
Met vele muntjes in het water
Er zijn veel grauwe ganzen in het park
Het kerkje van Þingvellir
De vijf huisjes zijn de pastorie, tegenwoordig woont hier de parkopzichter
Nogmaals de kerk en de huisjes
En de kloof vanaf boven gezien
Onderweg hebben we in Hveragerði, niet ver van Ölfus boodschappen gedaan. Om de sleutel van het huisje op te halen moesten we eerst nog een stukje verder rijden naar hotel Hlið. Daar bleek dat er een probleem was met de reservering. We hadden een groot huisje gereserveerd maar die was voor de komende nacht niet beschikbaar en moesten we in een een klein huisje met maar 1 slaapkamer. Niet echt praktisch want dan moet Ciska op de bank in de woonkamer. De volgende dag zouden we dan naar een groter huisje kunnen verhuizen. Verder zou er volgens de man in het hotel internet moeten zijn, maar dat bleek bij aankomst niet te werken.
Het tweede, grotere, huisje in Ölfus
Het tweede, grotere, huisje in Ölfus

Gouden Cirkel

De volgende dag stonden nog een aantal attracties in de Gouden Cirkel op het programma. Naast de al eerder genoemde Gullfoss waterval, de Geysir geiser en het Laugarvatn meer hebben we ook nog de Kerið krater en de kerk in Skálholt bezocht. Voordat er echter aan de rondrit begonnen zijn we terug gereden naar het hotel om de sleutel van ons huidige huisje in te leveren. Omdat we een te klein huisje hadden konden we als genoegdoening ontbijten in het hotel. Dat hebben we ons dan ook goed laten smaken. Tevens bleek in het hotel het internet wel te werken dus na het ontbijt heeft Arjan daar gebruik van gemaakt terwijl Hilleke en Ciska naar het huisje zijn terug gereden om de rest van de bagage in te auto te laden. Het weer was overigens weer zoals we gewend waren, zonnig, warm en een strakblauwe lucht. Maar we hadden in het hotel gezien dat dit wel de laatste mooie dag zal zijn en dat er regen op komst is vanaf vrijdag.

Kerið vulkaankrater

Als eerste op ons rondje zijn we gestopt bij de krater Kerið die 6500 jaar geleden is ontstaan na een eruptie door de instorting van de magmakamer. De ovale krater van 270 bij 170 meter is nu gevuld met helder water. We hebben een rondje over de kraterrand gelopen en Arjan en Ciska zijn nog in de krater afgedaald tot aan de rand van het meer.
Het meer in de krater Kerið
Het meer in de krater Kerið
Het meer in de krater Kerið
Kraakhelder water in het meer
Ciska aan de rand van het meer

Kerk van Skálholt

Vanaf de krater zijn we naar Skálholt gegaan. Dit is na Þingvellir de tweede belangrijke historische plaats in IJsland. Vanaf het midden van de 11e eeuw tot 1800 was dit het centrum van het geestelijk leven in IJsland en het middelpunt van spiritualiteit, cultuur en intellect. In 1056 werd de eerste bisschop in Skálholt benoemd. Er stond oorspronkelijk een kerk van turf die momenteel herbouwd wordt naast de huidige kerk uit 1963. Achter de kerk bevinden zich de opgraving van het voormalig bisschoppelijk paleis waar echter alleen nog maar het grondplan van zichtbaar is.
De kerk van Skálholt
De kerk van Skálholt
De kerk van Skálholt
Interieur van de kerk
Het schilderij op de muur
Oud kastje in het museum onder de kerk
De opgraving van het bisschoppelijk paleis

Gullfoss waterval

De volgende stop op de route was weer eens een waterval. De Gullfoss of gouden waterval. Deze naam heeft hij gekregen door de prachtige regenbogen die te zien zijn als de zon schijnt. Het water valt in 2 trappen, die haaks op elkaar staan, in totaal 32 meter naar beneden. In het begin van de 20e eeuw wilde men hier een waterkrachtcentrale bouwen maar daar verzette Sigríður Tómasdóttir zich tegen en dreigde in de waterval te springen als de plannen doorgingen. Uiteindelijk ging eea niet door maar niet dankzij haar verzet, maar haar beeltenis is wel afgebeeld bij de waterval. Bij Gullfoss hebben we ook wat gegeten en vervolgens zijn we naar Geysir gereden om de geisers te bekijken.
De Gullfoss waterval
De Gullfoss waterval
De Gullfoss waterval
Het water komt zo op je af
De nevel als het water zich naar beneden stort
Met de zon erbij geeft de regenboog de waterval zijn naam
Beeld van Sigríður Tómasdóttir bij de waterval

Geysir

De geiser aller geisers, Geysir, spuit echter al lang niet meer zo vaak en hoog als vroeger. Tegenwoordig spuit hij erg onregelmatig, maar een paar keer per dag, en dan maar zo'n 10 meter hoog. In het verleden is er vaak zeep ingegooid om hem te laten spuiten en daardoor is hij zo van slag geraakt dat hij het tegenwoordig niet meer doet. In plaats daarvan is een nieuwe geiser geboord, Strokkur, zo'n 100 meter bij Geysir vandaan die wel regelmatig, iedere 8 a 10 minuten, spuit. Bij de Strokkur hebben we een tijd gestaan om foto's te maken van alle stadia van het spuiten. Daarna nog wat rond gelopen door dit geothermische gebied met z'n pruttelende potten en hete bronnen. Heel apart zijn 2 direct naast elkaar liggende meertjes (5 meter doorsnede) waarvan de ene lichtgroen water bevat en de andere lichtblauw water. Wel lastig foto's maken omdat de overal opstijgende stoom in de weg zit.
Stoom stijgt uit de borrelende putten bij Geysir
Stoom stijgt uit de borrelende putten bij Geysir
Stoom stijgt uit de borrelende putten bij Geysir
Uit dit soort putten met kokend water
De naamgever, Geysir, ligt er stil bij
In tegenstelling tot de Strokkur
Een uitbarsting begint met opbollend water
Met direct daarna een uitbarsting van heet water
De geiser spuit daarna tot grote hoogte
Om vervolgens te eindigen als een wolk stoon
De twee meertjes, de voorste is groenig, de achterste blauwig
De aardkorst boven het groene meer is erg dun

Laugarvatn meer

Vanaf Geysir zijn we verder gegaan naar Laugarvatn. Een meer waaromheen onder andere veel watersport te beoefenen is. Echter omdat we vrij laat waren was er weinig meer te beleven. Wat we nog wel gezien hebben is het warme bronnetje Vigðalaug dat als doopvont heeft gediend bij de bekering tot het christendom in het jaar 1000. Dit omdat de mensen niet in koud water wilden worden gedoopt maar wel in warm water. In een restaurant aan het meer hebben we vervolgens gegeten alvorens terug naar huis te gaan.
Het Laugarvatn meer
Het Laugarvatn meer
Het Laugarvatn meer
Het warme bronnetje Vigðalaug bij het meer

Reykjavik, Paardrijden en de Blue Lagoon

Toen we de volgende dag, vrijdag, opstonden was het weer duidelijk anders dan voorheen. Zwaarbewolkt en mistig. Geen blauwe lucht of zon te zien. Na het ontbijt zijn we vertrokken om de hoofdstad Reykjavik te gaan bekijken. Als eerste zijn we bij een Tourist Info langs gegaan om te informeren naar paardrijden, waar we de was konden doen en om een excursie naar Landmannalauger te regelen voor de volgende dag. In de stad is geen wasserette maar het was mogelijk om te wassen op de camping in Hafnarfjörder. Dat is dezelfde plaats waar het paardrijden is. Ciska en Arjan zouden namelijk gaan paardrijden terwijl Hilleke de was ging doen want ze kan toch niet tegen paarden. Overigens is Reykjavik verder een weinig boeiende stad, er is weinig te zien. Er is bijvoorbeeld geen oud centrum met mooie oude huizen of een grote oude kathedraal. Eén van de weinig dingen die er te zien is is de Hallgrims kerk, de grootste van IJsland die is gebouwd van 1945-1988. Echt mooi is hij trouwens niet, niet van buiten en ook niet van binnen. Het was inmiddels wat begonnen te miezeren en na nog wat straten te zijn doorgelopen zijn we wat gaan drinken. Daarna naar Hafnarfjörder via de busterminal om daar kaartjes te kopen voor de busrit naar Landmannalaugar voor de volgende dag. Bij de busterminal blijkt dat Ciska al weer gratis is, op veel plaatsen in IJsland zijn kinderen t/m 11 jaar gratis of met korting.
Straatbeeld in Reykjavik
Straatbeeld in Reykjavik
Straatbeeld in Reykjavik
Huizen in Reykjavik
De Hallgrims kerk in Reykjavik
Interieur van de Hallgrims kerk
Leif Eriksson, ontdekker van Amerika, staat voor de kerk
Muurschildering in de stad
Toen we de kaartjes hadden zijn we naar de manege van Íshestar gereden. Overal op IJsland zie je paarden en Ciska wilde nog steeds een keer paardrijden en tenslotte is een vakantie op IJsland niet compleet zonder een keer op paard te hebben gezeten. En paardrijden kan op heel veel plaatsen in IJsland. Hilleke is vanaf het manege naar de camping in Hafnarfjörder gegaan voor de was terwijl Arjan en Ciska een 2 uur durende paardrijtocht deden door de lavavelden waarin Hafnarfjörder ligt. Na een korte instructie gingen ze op weg gaan met de beginnersgroep. Dat ging, op een paar korte stukken na, niet snel en éénmaal gestopt om het af- en opstijgen te oefenen en uit te rusten. De hele tocht duurde zo'n 2 uur en bij terugkomst stond Hilleke ze al op te wachten. Arjan en Ciska kregen nog een diploma en vervolgens zijn we naar de camping gereden want de was zat nog in de droger en die was juist klaar toen we aankwamen.
Veel paarden bij de manege
Veel paarden bij de manege
Veel paarden bij de manege
Ciska op haar paard net voor vertrek
Arjan op zijn paard
Onderweg door de lavavelden
Arjan met beide paarden tijdens de rustpauze
Ciska met beide paarden
Weer terug bij de manege
Vanaf de camping zijn we naar de Blue Lagoon gereden. Eén van de grote toeristische trekpleisters in deze omgeving en zelfs heel IJsland. De Blue Lagoon is een aangelegd lavameer met warm water dat komt van de naastgelegen warmwater centrale. Daar wordt zeer zout water uit de bodem gebruikt om gewoon water te verwarmen en dat zoute water komt vervolgens in de Blue Lagoon terecht. Op de bodem ligt lavagruis en het water zit vol met mineralen, blauwwier en silicium wat het water een wit/blauwachtige kleur geeft. Het is overigens wel een prijzig zwembad, 23 euro pp, maar gelukkig was ook hier Ciska nog gratis. We hebben ruim 2 uur in het heerlijke warme water gedobberd en daarna zijn we in het bijbehorende Lava restaurant gaan eten alvorens terug te rijden naar huis waar we pas erg laat weer aankwamen.
De Blue Lagoon
De Blue Lagoon
De Blue Lagoon
Bruggetje in de Blue Lagoon
Ciska ingesmeerd met eoa silicium crème
En Arjan met die crème op z'n gezicht
Drie paar voeten boven het water
Ciska onder de waterval
Met z'n drieën in het water
Ciska smeert zich in met lavagruis van de bodem

Landmannalaugar

Vroeg opgestaan voor onze lange rit naar het binnenland naar Landmannalaugar. We doen een bustocht omdat we met onze auto niet over de wegen in het binnenland kunnen rijden. Om 8:40 moesten we bij het benzinestation in Hveragerði zijn, maar een paar kilometer van ons huisje. Omdat de bus daar normaal niet stopt moest iemand op de rotonde gaan staan om de bus op te wachten en de chauffeur duidelijk maken dat we mee wilden. Arjan ging op de rotonde staan terwijl Hilleke en Ciska nog wat dingen kochten bij de benzinepomp. De bus was precies op tijd en was stopte ook bij de benzinepomp. Toen we vertrokken zag het weer er nog goed uit, zonnig, blauwe lucht en wat witte wolken. Maar hoe dichter we tijdens de ruim 3 uur durende rit bij Landmannalaugar kwamen hoe meer de lucht betrok. Onderweg zijn we nog wel een aantal maal gestopt, onder andere in de buurt van de beroemde Hekla vulkaan. Even na 12 uur kwamen we bij Landmannalaugar aan. Landmannalaugar is een met lava bedekt dal omgeven door ryolietbergen in de meest prachtige kleuren; geel, bruin, rood, groen en blauw. Het lavaveld Laugahraun bestaat voor een groot deel uit obsidiaan, vulkanisch glas. We hadden ruim 2 uur om hier rond te kijken en zijn begonnen met een wandeling (klauterpartij) over het lavaveld. Toen we daarvan terug kwamen, en bij de 2 oude Amerikaanse schoolbussen die als winkels dienen koffie gingen drinken, begon het te miezeren. Er is ook een camping en een hut waar je kan overnachten als rugzaktoerist. Verder is er nog een warmwatermeer waar in kan worden gezwommen. We hadden wel onze zwemkleding meegenomen, maar vonden het te koud om er in te gaan. Toen het steeds harder begon te regenen zijn we terug gegaan naar de bus die om 3 uur weer vertrok voor de ruim 3 uur durende terugrit.
Ciska poseert voor de Hekla vulkaan
Ciska poseert voor de Hekla vulkaan
Ciska poseert voor de Hekla vulkaan
De hut bij Landmannlaugar
Camping bij Landmannalaugar
De gekleurde ryolietbergen van Landmannalaugar
Ciska klautert over het Laugahraun lavaveld
Close-up van de lava in het lavaveld
De als winkel dienstdoende Amerikaanse schoolbussen
Zwemmen in het meertje met warm water bij Landmannalaugar

Naar Suðursveit

Zaterdag 24 juli verlieten we het westen van IJsland om via de zuidkust koers te zetten richting het oosten. De route voerde ons langs de inmiddels bekende Eyjafjallajökull vulkaan die in het voorjaar van 2010 voor zoveel overlast zorgde bij het vliegverkeer door enorme hoeveelheden as uit te stoten na een uitbarsting. In de buurt van de eerste stop deze dag, de Seljalandsfoss waterval, konden we ook de schade aan de ringweg zien die was veroorzaakt door de uitbarsting van de Eyjafjallajökull. Een deel van de weg is toen weggespoeld door smeltend gletsjerijs en men was nog bezig om de weg te herstellen. We konden er echter wel overheen. Het weer zag er niet zo goed uit, zwaar bewolkt en zo af en toe viel er regen. Boven de oceaan was het overigens zonnig en een blauwe lucht, maar boven land was hetprecies het tegenovergestelde.

Seljalandsfoss waterval

Zoals hierboven reeds vermeld was de eerste stop bij weer eens een waterval, de zoveelste deze vakantie, de Seljalandsfoss waterval. Een niet zo grote maar wel tamelijk hoge waterval, 65 meter. Het bijzondere aan deze waterval is dat je er, via een glibberig pad, achterlangs kan lopen.
De 65 meter hoge Seljalandsfoss waterval
De 65 meter hoge Seljalandsfoss waterval
De 65 meter hoge Seljalandsfoss waterval
De waterval gezien vanaf de zijkant
En vanaf de achterkant
Het water stort zich met een grote nevel in het meertje

Skógafoss waterval

Vanaf de Seljalandsfoss zijn we onderlangs de vulkaan gereden naar de volgende waterval, de 60 meter hoge en 25 meter brede Skógafoss waterval. Eén van de bekendste watervallen van IJsland. Toen we hier stopten lag het parkeerterrein en de omgeving nog vol met as van de uitbarsting van de Eyjafjallajökull. Ciska had al speciaal een bekertje meegenomen om as in te verzamelen en dat heeft ze hier ook direct gevuld. Overigens kun je ook in diverse souvenierwinkels een potje met as kopen voor zo'n 2000 ISK (13 euro) en hier kun je het met kruiwagens tegelijk gratis meenemen. Via een trap met 389 treden kun je naar boven lopen vanwaar een fantastisch uitzicht op de omgeving wordt geboden. We hadden gehoopt hiervandaan de vulkaan te kunnen zien, maar helaas zaten er nog heuvels en wolken voor. Arjan en Ciska zijn nog een pad ingelopen in de hoop op een beter zicht, Ciska wilde namelijk erg graag de vulkaan zien. Hilleke is terug gegaan om koffie te drinken in het restaurantje wat bij de waterval ligt. Arjan en Ciska zijn zo'n 1,5 km het pad doorgelopen naar een wat hogere top, maar helaas zat de vulkaan in de dichte wolken en was dus niet te zien. Zij zijn dus ook maar terug gelopen en in het restaurant hebben we wat gegeten alvorens verder te rijden.
De 60 meter hoge en 25 meter brede Skógafoss waterval
De 60 meter hoge en 25 meter brede Skógafoss waterval
De 60 meter hoge en 25 meter brede Skógafoss waterval
Uitzicht van boven de waterval
Verder stroomopwaarts bevindt zich deze waterval
Hiervandaan hadden we de Eyjafjallajökull kunnen zien

Mýrdalsjökull, Mýrdalssandur, Dverghamrar

Vervolgens reden we onder langs de Mýrdalsjökull gletsjer. Deze lag dichter bij de weg en was dus wel te zien. Hier reden we ook door de Mýrdalssandur, een zogenaamde zandspoelvlakte die is gevormd door de gletsjerrivieren van de Mýrdalsjökull. Hier komen ook regelmatig zandstormen voor die het zicht ernstig kunnen belemmeren, maar wij hadden daar geen last van. Na deze sandur volgde een rit door het 565 km2 grote Eldhraun lavaveld dat is gevormd door een uitbarsting van de spleetvulkaan Lakagigar in 1783/84. Een volgende stop was bij een groep basaltzuilen bij Dverghamrar waar we een korte wandeling hebben gemaakt. Toen we tijdens het vervolg van de reis een goed zicht hadden op een uitloper van de Vatnajökull zijn we even gestopt om een foto te maken. Het toeval wilde dat we dit goed konden zien omdat hier weinig bewolking was en de gletsjer door de zon werd beschenen. Vandaar was het nog maar een klein stukje rijden naar ons volgende guesthouse.
De basaltkolommen bij Dverghamrar
De basaltkolommen bij Dverghamrar
De basaltkolommen bij Dverghamrar
Ciska probeert een scheefstaande kolom recht te duwen
Hilleke en Ciska op de basaltkolommen
Overzicht over Dverghamrar en omgeving
De Breiðamerkurjöll gletsjer, uitloper van de Vatnajökull
De Breiðamerkurjöll gletsjer
Het eerste guesthouse in Suðursveit

Jökulsárlón gletsjermeer

Het Jökulsárlón gletsjermeer is een bijzonder meer. In dit meer drijven enorme blokken ijs die van de Vatnajökull gletsjer afbreken en vervolgens langzaam richting zee drijven. Helaas werkte de zon niet goed mee, het was zeer zwaar bewolkt en het zicht was slechts een paar honderd meter. De gletsjer aan de overzijde van het meer was niet eens te zien. Met een amfibievoertuig zijn we het meer opgeweest voor een rondvaart van zo'n drie kwartie tussen de ijsschotsen door. Tijdens de vaart viel er ook zo af en toe nog wat regen. Tegen het einde van de vaart wordt even gestopt en wordt een blok kristalhelder ijs in stukken gehad zodat iedereen er iets van kan proeven. Zo'n brok gletsjerijs is overigens al zo'n 1000 tot 1500 jaar oud. Zoiets ouds hadden we nog nooit geproefd. Na de rondvaart hebben we in het restaurantje wat gedronken en vervolgens zijn we wat langs het meer gaan lopen en langs de rivier richting de zee. Maar door de zeer dichte mist was er weinig aan. Gelukkig klaarde het in de loop van de dag wat op en brak zo af en toe de zon door zowat we nog iets van dit magnifieke meer meekregen. Na nog wat te hebben gegeten zijn we naar een iets verder op gelegen gletsjermeer gereden. In dit veel kleinere Fjallsárlón gletsjermeer drijven veel kleinere ijsbergen rond. Nadat we hier ook even hebben rondgekeken en gelopen zijn we naar ons volgende guesthouse gereden, niet ver van het Jökulsárlón gletsjermeer verwijderd. Daar kregen we een vrij grote kamer in een nieuwe aanbouw bij het huis die nog niet helemaal af was. In de kamer misten dan ook nog wat zaken zoals bv een spiegel boven de wastafel.
IJs in het Jökulsárlón gletsjermeer
IJs in het Jökulsárlón gletsjermeer
IJs in het Jökulsárlón gletsjermeer
Het amfibievoertuig waarmee een rondvaart hebben gemaakt
Varen over het gletsjermeer
Een kristalhelder, meer dan 1000 jaar oud, blok gletsjerijs
Ciska hakt het blok ijs in stukken
Grote stukken ijs drijven in het meer
Het blauwige ijs weerspiegelt in het meer
Ciska bij een groot stuk, aan land gespoeld, ijs
Veel vogels bij het meer waaronder deze Grote Jager
En zeehonden zwemmen in het meer
IJs weerspiegelt in het Fjallsárlón gletsjermeer
Het Fjallsárlón gletsjermeer met op de achtergrond de gletsjer

Höfn

Nadat we onze spullen in de kamer hadden gebracht zijn we naar Höfn (spreek uit Hub) gereden waar eerst bij de Tourist Info zijn langs geweest. In dat gebouw zit namelijk ook een interresante tentoonstelling over de Vatnajökull gletsjer. Nadat we deze boeiende tentoonstelling hadden bekeken zijn we in restaurant Humarhöfnin in Höfn langoustines gaan eten die hier vers gevangen zijn. Na het eten zijn we terug gereden naar ons guesthouse.
Oud sneeuwvoertuig bij de Tourist Info in Höfn
Oud sneeuwvoertuig bij de Tourist Info in Höfn
Oud sneeuwvoertuig bij de Tourist Info in Höfn
Zeehond bij de tentoonstelling in de Tourist Info
Rendier bij de tentoonstelling in de Tourist Info
Nagemaakte ijsgrot bij de Vatnajökull tentoonstelling
Lagoustine restaurant in Höfn

Skaftafell Nationaal Park

Toen we de volgende dag opstonden zag het er opnieuw weer grijs uit en regende het. Niet echt een dag om er op uit te trekken. Na het ontbijt zijn we naar de Svinafellsjökull gletsjer gereden, een gletsjertong van de Vatnajökull die vrijwel direct aan de ringweg ligt. Via een hobbelige weg konden we bij de parkeerplaats komen maar we moesten nog wel een stukje lopen naar de gletsjer. Helaas was die nog steeds niet bereikbaar. We liepen een stukje over een smal paadje langs een berg maar nergens waren we dicht genoeg bij de gletsjer om er op te kunnen. Toen het ook weer begon te regenen zijn we terug gelopen naar de auto. Vanaf de gletsjer was het maar een klein stukje rijden naar het informatie centrum van het Nationaal Park Skaftafell. Hier hebben we langs de informatieborden gelopen en opeens was daar ook weer de Zwitserse familie Vögel die we al zo vaak zijn tegengekomen deze reis. In het infocentrum was ook nog een film over de uitbarsting van de Öræfajökull in 1996 waardoor veel schade ontstond door de zgn jökulhlaup, een gletsjerdoorbraak waarbij in korte tijd enorme hoeveelheden water uit het Grímsvötn meer als een zondvloed de gletsjer afraasden en alles op zijn pad meesleurde. Na nog wat te hebben gegeten zijn we naar de Svartifoss waterval gelopen, het was namelijk inmiddels gestopt met regenen. De wandeling was zo'n 1,5 km enkele reis. De waterval is op zich niet zo groot of mooi, maar vooral bekend door de mooie basaltformaties waarin de waterval ligt. Weer terug in het infocentrum hebben we nog wat gedronken en zijn terug gereden naar ons guesthouse, het was namelijk inmiddels weer gaan regenen en hadden geen zin verder nog iets te ondernemen.
De Svinafellsjökull gletsjer, zo dichtbij, toch onbereikbaar
De Svinafellsjökull gletsjer, zo dichtbij, toch onbereikbaar
De Svinafellsjökull gletsjer, zo dichtbij, toch onbereikbaar
De Svinafellsjökull gletsjer, zo dichtbij, toch onbereikbaar
Zicht op het Skaftafell Nationaal Park
Riviertje in het park
Even klaart het en direct mooi zicht op de bergen
De Svartifoss waterval met de basaltformaties
De Svartifoss waterval met de basaltformaties

Naar Egilsstaðir

De volgende dag zijn we wat vroeger opgestaan en nadat we na het ontbijt de spullen in de auto hadden geladen zijn we vertrokken voor het laatste lange stuk rijden naar ons volgende en tevens laatste guesthouse in Fell bij Egilsstaðir. Eerst zijn we weer naar Höfn gereden waar Ciska zondag iets had gezien voor Arjans verjaardag maar toen was de winkel gesloten. Nadat ze het cadeau had gekocht zijn we naar het ook in Höfn gevestigde Huldusteinn stenen museum gegaan waar allerlei stenen en mineralen werden tentoongesteld. Dit speciaal voor Ciska ivm haar interesse voor gesteenten. We zijn ongeveer een uur in dit niet zo grote, maar wel interresante museum geweest dat is gevestigd in een voormalig zwembad. In het museum zijn stenen, hoofdzakelijk uit IJsland, tentoongesteld die door de eigenaren in de loop der jaren zijn verzameld. Maar tegenwoordig (2023) lijkt het museum niet meer te bestaan. Onze volgende stop was in Djúpivogur een vissersplaatsje en oude handelsnederzetting. In het oudste gebouw, Langabúð uit 1790, hebben we heerlijk gelunched. Vandaar zijn we verder gereden over de ringweg waarbij we tussen Djúpivogur en Breiðalsvik nog een stuk gravelweg tegenkwamen. Net voor Breiðalsvik zijn we nog gestopt bij een mooi uitzichtspunt aan de kust, Streitishvarf, waar we een stukje hebben gewandeld. Vandaar zijn we in 1 ruk via de ringweg naar Fell gereden waarbij we overigens nog een lang stuk gravelweg tegenkwamen. Deze en het vorige stuk zijn nog de enige ongeasfalteerde gedeeltes van de ringweg. Toen we even later in Egilsstaðir aankwamen was de cirkel van onze rondreis rond, hier waren we bijna 3 weken eerder begonnen met onze rondreis over IJsland en nu zijn we er weer terug. Even later waren we aan het einde van de middag bij het guesthouse.
Bord om te waarschuwen voor een éénbaansbrug
Bord om te waarschuwen voor een éénbaansbrug
Bord om te waarschuwen voor een éénbaansbrug
Het Huldusteinn stenen museum
Het Langabúð restaurant in Djúpivogur
Boten in de haven van Djúpivogur
Weerspiegeling in het water
Vuurtoren bij Streitishvarf
Klimmen over de rotsen bij Streitishvarf
Even uitrusten van al het geklim
Het gusethouse in Fell bij Egilsstaðir
Paard bij het guesthouse

Mjóifjörður fjord en een lekke band

Voor de laatste dag in IJsland hadden we nog wat bezienswaardigheden op het programma staan. Hilleke had in een folder nog een foto gezien van een mooie waterval. De Klifbrekkufossar waterval langs weg 953 over de Mjóafjarðarheiði naar de Mjóifjörður fjord. De weg was niet de allerbeste. Weinig gravel, maar wel veel modder en omdat het had geregend was de weg op sommige plaatsen verradelijk glad. Aan het begin stond een bord dat waarschuwde dat de weg niet te berijden was voor gewone auto's met een aanhangwagen, op sommige plaatsen was het hellingspercentage 18%. Uiteindelijk gingen we ook naar een hoogte van bijna 600 meter en de waterval ligt bij het fjord, dus bijna op zeeniveau. Daarvoor ging de weg op sommige plaatsen behoorlijk steil naar beneden en met de gladheid was dat niet altijd even prettig rijden. Uiteindelijk waren we bij de waterval, maar er was geen plaats om te stoppen, dat doen we dan op de terugweg wel, want de weg loopt niet rond het schiereiland, maar stopt gewoon aan het begin van de fjord. Toen we langs het fjord reden zag Hilleke opeens dolfijnen zwemmen. We zijn gestopt om ze te bekijken, maar ze kwamen niet echt goed boven water. Bijna aan het begin van het fjord, in Brekka, wilden we wat drinken, maar de enige plaats waar dat kan ging pas om 1 uur open, daar hebben we niet op gewacht en besloten we dus om weer terug te gaan. Helaas was het inmiddels behoorlijk mistig geworden en zat het bovenste deel van de waterval in de wolken. Na een korte fotostop zijn we doorgereden.
Oude verroeste boot in de fjord
Oude verroeste boot in de fjord
Oude verroeste boot in de fjord
De Klifbrekkufossar waterval, bovenste deel in de mist
De twee dingen die we verder nog konden bekijken waren een rendier museum en een oude turfboederij. Omdat het inmiddels was gestopt met regenen besloten we om eerst naar de turfboerderij te gaan, dat is namelijk buiten. Via een zijweg van weg 1, weg 925 en 926, zijn we daarheen gereden. Het was echter een zeer slechte weg en na 16 km besloten we om te keren en de boerderij de boerderij te laten. De weg was echter erg smal dus Hilleke stapte uit om te assisteren bij het keren en toen zag ze dat de linker voorband lek was. Toch eerst nog gekeerd, en toen de schade bekeken. De band was helemaal aan flarden en niet meer te repareren. En omdat onze auto geen reservewiel heeft, alleen een compressor en spul om in de band te spuiten, stonden we dus voorlopig even vast in de middle of nowhere. Arjan had tijdens het rijden net daarvoor wel gevoeld dat er iets raars was, maar omdat de weg zo slecht was dacht hij niet direct aan een lekke band. Hilleke heeft vervolgens 112 gebeld en werd doorverbonden met de politie aan wie we onze positie doorgaven en die hebben een garage in Egilsstaðir voor ons gebeld. Er zou binnen een uur iemand zijn. Een klein half uur later was er al een auto met een heel gezin erin die keken wat er aan de hand was en vervolgens één en ander doorgaven aan de garage. Er zou iemand komen met een reservewiel zodat we naar de garage konden rijden om daar de band te laten vervangen. Na nogmaals anderhalf uur wachten kwam er iemand met een busje, maar dat wiel pastte niet. Dus heeeft hij het wiel van de auto gehaald en zijn wij met hem naar de garage gereden waar hij een nieuwe band om het wiel heeft gelegd. Vervolgens weer terug naar de auto om dit wiel er op te zetten en na zo'n 4,5 uur konden we onze weg vervolgen. De boerderij en het museum hebben we niet meer bezocht uiteraard maar we zijn direct terug gereden naar het guesthouse.
Lekke band
Lekke band
Lekke band
In de middle of nowhere
Schapen kijken meewarig naar onze pech

Terugreis

Donderdag vroeg opgestaan, we moeten voor 9 uur in de haven van Seyðisfjörður zijn. De meeste bagage hadden we woensdagavond al in de auto gedaan. Alleen de bagage die we meenemen naar de hut moet nog worden ingepakt. Na het ontbijt konden we dus vrijwel direct vertrekken. IJsland was ons deze laatste dag goed gezind. Sinds lange tijd geen grijze lucht maar blauwe lucht met zo hier en daar een wolkje. Kunnen we tijdens het varen toch de fjord zien, tijdens de heenreis was het namelijk zo mistig dat we er weinig van gezien hebben. De afstand naar Seyðisfjörður is nog geen 30 km dus binnen een half uur waren we er. Onderweg moeten we nog over een pas en daar hing laaghangende bewolking en toen we de pas over waren bleek dat de fjord in mist was gehuld. We konden echter wel zien dat de ferry net was binnengekomen, hij was bezig met aanmeren toen we de pas afreden. Eénmaal in Seyðisfjörður hebben we bij de supermarkt nog de laatste inkopen gedaan en zijn vervolgens naar de haven gegaan. Evenals in Hanstholm bij de heenreis was het ook hier weer een ongeorganiseerd zooitje. Iedereen stond kris-kras door elkaar en mensen gingen lopend naar de incheckbalies ipv met de auto er langs te rijden. Na de incheckbalies reed ook alles maar wat door elkaar heen. Dat hebben we bij andere ferryovertochten toch wel beter georganiseerd meegemaakt. Omdat ook nu alleen de chauffeur in de auto mocht blijven zijn Arjan en Ciska lopend aan boord gegaan en heeft Hilleke de auto aan boord gereden. Dat laatste ging nu in tegenstelling tot de heenreis vrij vlot. Arjan en Ciska moesten echter erg lang wachten voor de deuren open gingen en ze aan boord konden gaan. Arjan heeft ondertussen met Irene Vögel (van de Zwitserse familie die we hier ook weer tegen kwamen) gesproken over hoe het hun de laatste dagen was vergaan en over onze autopech. Toen Arjan en Ciska eindelijk aan boord mochten was Hilleke allang in de hut. De boot vertrok uiteindelijk eerder dan verwacht, om 11:30 al ipv 12:00, zijn we misschien ook eerder in Denemarken. Toen we de fjord uitvoeren konden we er toch nog wel wat van zien, de mist begon wat op te trekken. Eénmaal op open zee was deze een stuk kalmer dan op de heenreis. Al snel kwamen we aan dek de familie Vögel weer tegen en hebben we adressen etc uitgewisseld en even later zijn we gezamelijk wat gaan drinken. Dat doen we nu al omdat zij snel last hebben van zeeziekte en nu de zee nog kalm is kan het dus nog. Daarna hebben we nog wat spelletjes Uno gedaan met gecombineerde Zwitserse en Nederlandse spelregels. Om 6 uur hadden wij voor het restaurant gereserveerd en tegen zessen zijn we daar heen gegaan. Irene voelde zich inmiddels al niet zo goed meer en zij zijn naar hun hut terug gegaan. Na het eten hebben wij nog een hele tijd aan dek gezeten en gekeken hoe de Atlantische oceaan langzaam voorbij schoof. Rond een uur of negen was er wat consternatie aan dek, dolfijnen gezien! Iedereen liep naar de reling en naast de boot zagen we lange tijd tientallen, zoniet meer dan honderd dolfijnen zwemmen. Helaas hadden we nu geen camera's bij ons. Toen de dolfijnen weer voorbij waren was er even later opnieuw opwinding, nu waren het walvissen. We hebben ze echter niet gezien, alleen het spuiten van de lucht uit hun ademgat konden we zien en ze waren ook op een behoorlijk grote afstand achter de boot.
De Norröna in de haven van Seyðisfjörður
De Norröna in de haven van Seyðisfjörður
De Norröna in de haven van Seyðisfjörður
Langzaam verdwijnen Seyðisfjörður en IJsland in de mist
Aan dek zegt iedereen IJsland vaarwel
Ook Hilleke zwaait IJsland gedag
Wat drinken met de Zwitserse familie
De volgende dag uitgeslapen tot een uur of negen en daarna naar het ontbijtbuffet en vervolgens weer naar dek. We waren een paar uur terug van de Faeröer eilanden vertrokken, dit hadden we vaag meegemaakt. De zee was nog steeds vrij kalm en de vaart verliep voorspoedig. In de taxfree winkel nog wat inkopen gedaan en daarna zijn Ciska en Arjan naar het zwembad gegaan en heeft Hilleke wat gelezen. Om 4 uur moesten Ciska en Arjan uit het zwembad en daarna zijn we weer wat aan dek gaan zitten tot we gingen eten. Na het eten hebben we nog op het 'zonnedek' gezeten en wat gedronken. Je kon goed merken dat we inmiddels een stuk zuidelijker waren, het was een stuk vroeger donker dan we gewend waren.
De laatste dag op de boot ook weer uitgeslapen en naar het ontbijtbuffer. Na het ontbijt hebben we onze spullen ingepakt en in een bagagekluis gezet omdat we al om 11 uur, 2 uur voor aankomst (op de boot is het Faeröer tijd, 1 uur vroeger dan in Nederland, 1 uur later dan in IJsland) de hut moeten hebben verlaten. De resterende 2 uur wat in de bar gezeten in afwachting van de aankomst in Hanstholm. Na nog een vreugerondje voor het havenhoofd meerde de boot om 14:15 (NL tijd) aan en konden we naar de auto. Voordat we er ook af konden rijden waren we nog ruim een uur verder, pas om 15:30 reden we weer het Europese vasteland op. Na meer dan een uur op de Deense binnenwegen waren we op de snelweg E45. In de buurt van Århus hebben we in een wegrestaurent wat gegeten en hebben we een hotel voor de nacht geregeld. In Frøslev, net voor de grens met Duitsland, hadden we iets gevonden in een soort Deense Links und Rechts der Autobahn. Dat was een nog een kleine 2 uur rijden vanaf Århus. Rond 8 uur waren we in het hotel.
Hotel Frøslev Kro in Frøslev
Hotel Frøslev Kro in Frøslev
Zondag 1 augustus, Arjans 46e verjaardag. Om 8 uur ging de wekker. Nadat Arjan door Hilleke en Ciska was toegezongen was het tijd voor cadeaus. Van Ciska een nieuwe houder voor de telefoon, de vorige was tenslotte in Stykkishólmur de oorzaak geweest van het (tijdelijke) verlies van Arjans mobiele telefoon. En van Hilleke een soort kaartspel van IJsland. Daarna ontbeten en om 10:15 zaten we weer in de auto voor de laatste kleine 700 km naar huis. We hadden verwacht dat het op zondag niet zo druk zou zijn op de weg, maar bij Hamburg hebben we een tijd in de file gestaan voor de Elbetunnel. En daarna schoot het op de A1 tussen Hamburg en Bremen ook niet echt op door de vele wegwerkzaamheden. Vanaf nu gaan we Duitsland maar Baustelleland noemen. Iedere keer als je in Duitsland bent, maakt niet uit waar, ze zijn altijd wel ergens aan de weg aan het werken. En ook al is er op sommige wegen dan geen maximum snelheid, de gemiddelde snelheid in Baustelleland ligt dan ook niet echt hoog door al die werkzaamheden. Ergens in de middag nog een lunchstop gedaan en daarna door naar Nederland en naar huis. Om precies 7 uur 's avonds waren we thuis van een mooie vakantie naar een schitterend land: IJsland.

Einde