Vakantie IJsland 2010
Heenreis
In de zomervakantie van 2010 hebben we 3 weken rondgereden door het schitterende IJsland. Omdat we met onze eigen auto gingen duurde de totale
vakantie zo'n 4 weken omdat de reis dan moet per boot vanuit Hanstholm in het noorden van Denemarken. De boot vaart éénmaal
per week op dinsdag naar IJsland (in het zomerseizoen) om daar dan 2 dagen later aan te komen. Overigens kan ook vanuit Rotterdam worden
gevaren, althans alleen de auto. Dan moet je zelf een week later naar IJsland vliegen waar je dan de auto in Reykjavik in de haven kan ophalen.
Op zondag 4 juli zijn we in de loop van de ochtend vertrokken. We hadden voor de heenreis van ruim 1000 km 2 dagen gepland zodat we het
rustig aan konden doen. We wilden in het noorden van Duitsland overnachten, ergens tussen Hamburg en de Deense grens. Onderweg hebben we een
hotel gebeld in Schleswig om daar de nacht te kunnen doorbrengen. In de loop van de middag kwamen we aan in
hotel Hohenzollern in Schleswig. Na aankomst hebben we een wandeling door Schleswig gemaakt en
in een restaurant aan de Schlei, een fjord aan de Oostzee, hebben we wat gegeten.
Maandagochtend hebben we Schleswig weer verlaten om al snel Denemarken binnen te rijden. Omdat we de hele dag de tijd hadden om naar het noorden
te rijden hadden we besloten om in Denemarken nog het vikingfort van Fyrkat bij de plaats Hobro te bekijken. Het bestaat uit 2 gedeeltes, een
openluchtmuseum met reconstructies van gebouwen uit de Vikingtijd en, een paar kilometer verderop, de restanten van een oud Vikingfort dat in 980 n.Chr.
is gebouwd. In het openluchtmuseum heeft Ciska nog een potje gekleid en een Vikingbrood gebakken. Na het bezoek aan het openluchtmuseum hebben we het
fort bekeken, het is niet meer dan een grote cirkelvormige aarden wal. Na het bezoek aan Fyrkat zijn we naar het hotel in Hanstholm gereden. Daar bleek
ook een zwembad te zijn waar Arjan en Ciska de rest van middag hebben gezwommen. Daarna zijn we in het restaurant van het hotel gaan eten. Een buffet,
het voorgerecht was ok, maar het hoofdgerecht daarna stelde niet veel voor.
Dinsdag 6 juli zijn we vroeg opgestaan, om 7 uur ging de wekker. Voordat we gingen ontbijten hebben we alles al in de auto geladen zodat we na het
onbijt niet terug naar de kamer hoefden en direct naar de haven konden rijden. Deze is slechts een paar honderd meter van het hotel verwijderd.
Toen we bij de haven aankwamen stond er al een lange rij auto's te wachten voor het inchecken. Toen we daar eenmaal doorheen waren moesten we nog
een lange tijd wachten voor Arjan de auto op de MS Norröna van de
Smyril Line kon rijden. Hilleke en Ciska mochten namelijk niet in de auto blijven en moesten lopend aan
boord gaan. Zij waren dan ook al lang in de hut toen Arjan de auto aan boord kon rijden. We hadden een 4-persoons buitenhut op dek 7 van de boot.
Om 11 uur werden de trossen los gegooid voor de 2 dagen durende reis naar IJsland. Dinsdag hadden we goed en rustig weer, maar toen we woensdag
opstonden was de zee een stuk ruwer en stampte en rolde de boot veel meer. Zelfs zo erg dat Ciska geen ontbijt wilde, ook andere mensen op de boot
waren zeeziek. Ook Arjan en Hilleke voelden zich niet helemaal ok, maar hebben wel ontbeten. In de loop van de woensdag middag kwamen we aan bij de
in de mist gehulde Faeröer eilanden waar we in de haven van Tórshavn aanmeerden voor een korte stop. Net nadat we weer waren vertrokken
werd omgeroepen dat zodra we weer op de oceaan waren de zee weer erg ruw zou zijn en er werd aangeraden om voor 8 uur te gaan eten. In het restaurant
was het ook een stuk rustiger dan de eerste avond, waarschijnlijk hadden niet zo veel mensen trek in eten.
Aankomst op IJsland
Donderdag ochtend zijn we vroeg opgestaan omdat we de hut 2 uur voor aankomst in Seyðisfjörður al moesten verlaten en de boot al om
9 uur 's ochtends aankomt (in IJsland is het in de zomer 2 uur vroeger dan in Nederland). De bagage hebben we zolang in een bagagekluis gezet toen
we gingen eten. In het restaurant was het ook erg druk omdat iedereen tegelijk ging ontbijten en sommige mensen al hun bagage hadden meegenomen.
Na het ontbijt hebben we nog aan het dek gezeten, maar omdat het erg mistig was konden we niets zien van het binnenvaren van de fjord waaraan
Seyðisfjörður ligt. Even voor 9 uur werd omgeroepen dat we naar de auto konden gaan, Hilleke en Ciska konden nu ook mee gaan. Het
duurde echter nog ruim anderhalf uur voor we van boord konden rijden. Het weer in IJsland was erg slecht. Zwaar bewolkt, mistig en zo af en toe viel
er wat regen en de temperatuur was rond de 8 graden. In Egilsstaðir hebben we een bank opgezocht om wat IJslandse kronen uit de muur te trekken
waarna we koffie hebben gedronken. Vervolgens zijn we richting ons eerste huisje gereden. Onderweg zijn we nog een aantal maal gestopt, onder andere
bij een waterval en Mödrudalur, de hoogstgelegen boerderij van IJsland met een door de boer gebouwd kerkje met door de boer gemaakt schilderijen
van Christus die predikt vanaf één van de bergen in de buurt. De volgende stop was bij ons eerste geothermische verschijnsel van IJsland,
het solfatarenveld Hverir bij de Námafjall vulkaan. Hier zijn naast borrelende modderpotten ook sissende en stomende boorgaten te zien.
Er zijn wandelpaden uitgezet waar je niet buiten moet komen om te voorkomen dat je door de zeer dunne aardkorst zakt. Na hier te hebben rondgelopen
zijn we nog naar het geothermische Krafla gebied gereden, maar omdat het weer mistig en regenachtig was geworden zijn we hier niet gestopt en
vervolgens zijn we naar Reykjahlid aan het Mývatn meer gegaan om bij de Tourist Info wat info op te halen en bij de supermarkt wat inkopen te
doen. Vervolgens zijn we naar ons eerste huisje in Aðaldalur ten zuiden van Húsavík gereden.
Mývatn meer
Vrijdagochtend zijn we eerst naar Húsavík gegaan om een walvissafari te doen. Daar aangekomen bleek echter dat
de vaart die wij wilden doen vandaag niet ging en de volgende gewone tour ging pas weer om 12 uur. De walvissafari komt dan wel
een andere keer en we zijn toen naar Reykjahlið gereden om bij de Tourist Info wat brochures over het Mývatn meer te
halen en vervolgens zijn we begonnen aan een rondje om het 37 km2 grote meer. Het meer is maximaal slechts 4 meter diep
waardoor er een uniek ecosysteem is ontstaan. Door de geringe diepte kan zonlicht tot de bodem doordringen waardoor er
allerlei vegetatie groeit op de bodem van het meer. Dit oefent weer een grote aantrekkingskracht uit op watervogels en in
het bijzonder eenden waarvan er hier meer soorten leven dan waar ook ter wereld. Het meer ligt verder op de grens van de
Noord-Amerikaanse en de Euraziatische plaat waardoor er in het gebied veel vulkanische activiteit is. Ons eerste bezoek was
aan Dimmuborgir waar deze activiteit goed is te bewonderen.
Dimmuborgir
Bij Dimmuborgir is tijdens een eruptie een 2 km2 groot lavameer gevormd
waarin pilaren ontstonden door opstijgende stoom die de lava afkoelde. Op het meer ontstond ook een korst van gestolde
lava en toen het meer leegliep bleven de pilaren staan en de korst stortte in. Door dit bizarre lavalabyrint hebben we een
wandeling van zo'n 1,5 uur gemaakt.
Schiereiland Höfði
Op het schiereiland Höfði hebben we ook weer een wandeling gedaan. Hier is een
uitbundige flora en fauna en loop je zowaar door een bos, een zeldzaamheid op IJsland. Vanaf een wandelpad die op sommige
plaatsen vlak langs het meer loopt wordt een mooi uitzicht geboden op het meer en de vreemdgevormde lavarotsen die er in en langs staan.
Skútustaðir
Een volgende stop was aan de zuidkant van het meer bij Skútustaðir waar we een wandeling hebben
gemaakt langs zogenaamde pseudokraters. Dit zijn kraters die niet zijn gevormd door een uitbarsting met lava maar door
een stoomexplosie doordat hete lava in aanraking kwam met water. Nadat we bij een restaurantje wat hadden gegeten zijn we verder
gereden langs het meer.
Sigurgeirs vogelmuseum
De laatste stop tijdens het rondje om het meer was bij het Sigurgeirs vogelmuseum.
In dit interresante museum zijn heel veel opgezette vogels te zien die in dit gebied voorkomen. Hilleke had ook al veel vogels
gefotografeerd en hier heeft ze uitgezocht hoe ze allemaal heten. Na het bezoek aan het vogelmuseum hebben we het rondje rond het meer
afgemaakt en zijn we nog naar de Krafla vulkaan gegaan om daar de Viti, het kratermeer, te bekijken.
Krafla vulkaan
We hebben een rondje over de kraterwand gelopen en
daarbij ook de enorme en luidruchtige boorgaten van de Krafla centrale gezien waar stoom uit de aarde wordt omgezet in electriciteit.
Nu snappen we we ook waarom het in IJsland altijd zo bewolkt is, hier worden de wolken gemaakt. Na de wandeling rond het kratermeer
zijn we in Reykjahlið bij hotel Reynihlið gaan eten alvorens terug te rijden naar ons huisje.
Askja vulkaan
Op zaterdag hadden we de enige al van te voren gereserveeerde excursie, naar de krater van de Askja vulkaan in het binnenland van IJsland,
een plaats waar wij met onze gewone auto niet kunnen komen. De bus vertrok om 8 uur vanaf de Tourist Info in Reykjahlið De weg naar de
Askja vulkaan is weg F88. De meeste F wegen in het binnenland zijn slechte wegen die alleen met een 4WD kunnen worden bereden.
Nadat we een riviertje waren overgestoken hadden we ook de eerste stop bij een watervalletje met een bron met kristalhelder water waar we
onze waterflessen hebben bijgevuld. Het meeste water in IJsland is namelijk heerlijk drinkbaar water. Na een korte stop zijn we
doorgegaan waarna we nog een stop hadden bij een schuilhut van een vroegere boef, Fjalla Eyvindur, die zich in dit onherbergzame, onbewoonde land
had schuilgehouden in een kuil in de grond. Een andere stop onderweg naar Askja was bij een soort van maanlandschap waar onder andere
de NASA in de jaren 60 heeft geoefend voor de maanvluchten omdat het landschap er veel overeenkomsten zou hebben met het landschap op
de maan. Rond 12:30 waren we bij de Askja vulkaan. Het weer was overigens deze dag niet zo best. Zwaar bewolkt en zo af en toe viel er
regen uit. Vanaf de parkeerplaats was het nog meer dan een half uur lopen door de zo'n 50 km2 grote caldera van de Askja krater naar het
kratermeer dat is gevormd na de uitbarsting in 1875 toen een nieuwe caldera ontstond welke met water is gevuld en zo het 11 km2 grote
Öskjuvatn vormt. We zijn ruim een half uur bij de krater gebleven waarbij nog een paar mensen in de Viti zijn afgedaald om daar te
gaan zwemmen in het warme, melkwitte water van de Viti. Na het half uur begon het weer zachtjes te regenen en zijn we aan de terugtocht naar de bus
begonnen. Hierbij zijn we nog behoorlijk nat geregend. Toen iedereen weer bij de bus was zijn we met nog een aantal stops terug gereden
naar Reykjahlið waar we rond 7 uur 's avonds weer aankwamen. Bij de supermarkt hebben we nog inkopen gedaan en daarna zijn we terug gereden
naar ons huisje. Eénmaal thuis bleek dat Ciska haar camera in de bus had laten liggen. Hilleke is toen bij de eigenaresse van
het huisje gaan bellen met de organisatie die de trip had gedaan. Daar hadden ze de camera gevonden en ze zouden zorgan dat die de
volgende dag bij de Tourist Info in Reykjahlið zou liggen waar we hem konden ophalen.
Dettifoss en Hafragilsfoss waterval
De volgende dag zijn we weer eerst naar Húsavík gereden om een walvissafari te doen. We wilden een 4 uur durende
tocht met een zeilboot om op zoek te gaan naar walvissen in de baai bij Húsavík. Het bleek echter dat de tour van 9:30
van de zeilboot niet doorging, maar wel die van 's middags 16:00 uur alhoewel die om 16:30 zou gaan. Daarvoor hebben we dan ook drie
plaatsen gereserveerd. Verolgens zijn we weer terug gegaan naar Reykjahlið om bij de Tourist Info Ciska's camera op te gaan halen.
Die bleek daar echter niet te zijn en de dame achter de balie, Katharina, heeft geprobeerd om de eigenaar van de tourmaatschappij te
bellen, maar ze kon hem niet bereiken omdat hij waarschijnlijk naar de kerk was. We hebben telefoonnummers uitgewisseld zodat ze ons
kon bellen als ze meer wist of wij haar om te informeren naar de status. Daarna zijn we vertrokken naar de Dettifoss waterval,
één van de grootste en indrukwekkendste watervallen van Europa. De weg daarheen was echter niet zo best, 28 km over een
onverharde weg met een wegdek als een wasbord. Een eerste keer op een dergelijke weg begin je met heel rustig te rijden, maar dat hobbelt
juist het meest. Na verloop van tijd zijn we sneller gaan rijden zodat je het minste last hebt van de hobbels. Echter de grote gaten in
het wegdek konden we niet zien omdat er veel plassen op de weg stonden omdat het some regende. Na een lange hobbelige rit kwamen we
eindelijk bij de waterval aan. De waterval was inderdaad erg indrukwekkend, met donderend geweld stort zich hier gemiddeld zo'n 193 m3/s
water van de Jökulsá á Fjöllum rivier over een breedte van 100 meter zo'n 45 meter naar beneden. Na een korte
wandeling zijn we doorgereden naar de volgende waterval een stukje verderop, de Hafragilsfoss waterval. Terwijl we daar waren belde Katharina
dat ze de camera met de bus naar Húsavík zou sturen en hem door de chauffeur naar restaurant Gamli Baukur zou laten brengen waar
wij na de walvissafari zouden gaan eten.
Ásbyrgi
Na het bezoek aan de watervallen zijn we verder gereden naar Ásbyrgi (Godenburcht). Dit is een 4 km lange kloof met
steile rotswanden van zo'n 100 meter hoog. De weg loopt tot achter in de kloof waar we een korte wandeling hebben gemaakt door een
bos. Iets unieks voor IJsland, veel bomen zijn er namelijk niet, laat staan bossen. De bomen die er zijn zijn overigens erg klein,
de meeste zijn niet hoger dan zo'n meter of tien. Inmiddels liet ook eindelijk de zon zich eens zien en zagen we zo af en toe ook eens
wat blauwe lucht. Twee verschijnselen die we deze vakantie nog niet eerder hadden gezien. Ook de temperatuur liet eindelijk eens
waarden zien met dubbele cijfers, we haalden vandaag de 11 graden! Na een wandeling door de kloof hebben we koers gezet naar
Húsavík zodat we daar op tijd zouden zijn voor de walvissafari. Onderweg nog een paar keer gestopt bij hoge kliffen op
het schiereiland Tjönes aan de Öxarfjörður fjord om te zien of we papegaaiduikers konden vinden. Bij de eerste
stop dreven ze allemaal nog verder ons in de zee, maar bij een tweede stop iets verder weg konden we ze duidelijk op de kliffen zien zitten.
Walvissafari
Eénmaal in Húsavík zijn we bij restaurant Gamli Baukur
koffie gaan drinken en hebben een tafel gereserveerd voor de avond. Tegen half vijf gingen we naar de boot waar we een wind- en waterdicht
pak kregen. Om half vijf vertrok de zeilboot voor de 4 uur durende rondvaart om op zoek te gaan naar walvissen, dolfijnen en
papegaaiduikers. Helaas hebben we geen walvis gezien, maar wel tientallen dolfijnen en ook heel veel papegaaiduikers bij het
vogeleiland Lundey. De tocht duurde uiteindelijk wel iets korter dan 4 uur, even na achten waren we weer terug in de haven. Na het pak
te hebben uitgetrokken zijn we naar het restaurant gelopen, daar wisten ze in eerste instantie niets van een camera, maar even later kwam
er toch een pakje te voorschijn waarin Ciska's camera bleek te zitten. Arjan heeft vervolgens Katharina ge-sms-ed om haar te bedanken
voor al haar inspanningen. We hebben heerlijk gegeten terwijl in een andere ruimte in het restaurant een groot scherm stond waarop de
WK finale Nederland-Spanje was te volgen. Toen we klaar waren met eten wisten we dus ook dat Spanje kampioen was geworden en
vervolgens zijn we terug gereden naar ons huisje.
Naar de Westfjorden
Maandag 12 juli was het alweer zover dat we ons eerste huisje gingen verlaten en op weg gingen naar het westen van IJsland. We hadden een
tussenstop van 1 nacht in Ásar omdat de Westfjorden te ver weg waren om in 1 dag te doen en omdat we ook nog een aantal stops wilden maken.
De eerste stop was niet zo ver van het huisje, de Goðafoss waterval. Eén van de bekendste watervallen
van het land met een hoogte van slechts 12 meter. De waterval heeft zijn naam te danken aan het feit dat een wetspreker in het jaar 1000, na
thuiskomst van de jaarlijkse vergadering van het Alþing, op deze plaats de afgodsbeelden uit de tempel in het water heeft gegooid
omdat op de vergadering was besloten het christelijk geloof aan te nemen. Na de waterval zijn we verder gereeden en hebben een stop gemaakt
bij een oude turfboederij bij Laufás uit 1840-1870 die tot 1936 bewoond is geweest en nu een museum is. Tevens hebben we het er naast
gelegen kerkje bezocht. Via Akureyri, waar we behalve om te tanken niet hebben gestopt, zijn we over het schiereiland Eyjafjardhar met een
omweg langs de kust gereden. Net voor we bij ons huisje waren begon de lucht weer te betrekken en kregen we een enorme plensbui over ons heen.
Echter bij aankomst in in Ásar bij huisje Stóra-Giljá was het weer droog en konden we de spullen droog uitladen.
Dit huisje had een hotpot, een jacuzzi buiten het huisje die met heet water kan worden gevuld. Hier hebben we met z'n drie-en een groot
deel van de avond in doorgebracht.
Lekker uitgeslapen de volgende dag, we hebben geen niet zo'n lange rit voor de boeg naar ons volgende onderkomen op de Westfjorden ten zuiden
van Hólmavik. De eerste stop was al dicht bij Asar in Þingeyrar. Hier was één van de belangrijkste boerderijen
van de streek en er stond ook een klooster. Op de plaats van het klooster staat nu een alleraardigst stenen kerkje. Deze Þingeyrarkirkja
is te bezichtigen maar er moet wel toegang voor betaald worden, maar het is het meer dan waard. In het schitterende interieur staan onder andere een 15e
eeuws altaarstuk uit Engeland en een preekstoel uit Nederland. Na het kerkje zijn we maar weer eens een waterval gaan bekijken,
deze keer die van Kolugljúfur. Het kostte wat moeite om ze te vinden want de kaart, onze reisboeken en de wegwijzers waren het
niet allemaal eens over de wegnummers. Maar uiteindelijk hebben we de waterval toch gevonden. Hier geen bussen vol met toeristen, we
waren de enigen bij de waterval. Arjan en Ciska hebben nog geprobeerd om als ware Hollanders een deel van de waterval af te dammen.
Na nog een ritje langs de kust, waar veel drijfhout ligt, kwamen we in de loop van de middag van deze dag met mooi weer bij ons volgende
huisje Kirkjuböl in Steingrimsfjörður. Geen huisje voor ons zelf maar een kamer in een bed & breakfast. 's Avonds zijn
we gaan eten in een restaurant in Hólmavik waar Hilleke en Arjan voor het eerst papegaaiduiker vlees hebben gegeten. Ciska vond dat
te zielig voor zo'n beestje en heeft wat anders genomen.
Isafjörður
De volgende dag zijn we vroeg opgestaan want we wilden naar Isafjörður. Hemelsbreed nog geen 90 km van het guesthouse verwijderd
maar over de weg meer dan 220 km. De weg kronkelt namelijk om de baaien en inhammen van de Isafjarðardjúp. Toen we
vertrokken zag de lucht er zwaar bewolkt uit en toen we over de Steingrimsfjarðarheiði hoogvlakte reden, reden we op een gegeven
moment in de wolken. Maar toen we over de hoogvlakte heen waren en bij de zee aankwamen was het grootste deel van de bewolking al
weggetrokken en keken we weer tegen een blauwe lucht aan. We zijn dan ook op diverse plaatsen langs de kust gestopt om van het
schitterende uitzicht over de fjord en de tegenoverliggende Drangajökull gletsjer te genieten. Bij de voormalige turfboerderij Litlibær zijn we
gestopt om van koffie met wafels te genieten. Na een lange rit kwamen we uiteindelijk in Isafjörður. Bij de Tourist
Info hebben we gevraagd naar de mogelijkheden om te gaan kajakken. De meeste bieden dit echter pas aan voor kiinderen vanaf 13 jaar.
Uiteindelijk heeft de dame bij de Tourist Info er één gevonden die ook jongere kinderen meeneemt. Deze was echter niet te bereiken.
In het restaurant naast de Tourist Info toen eerst wat gegeten en daarna bleek de man wel te bereiken en we konden er direct heen rijden.
We moesten daarvoor door
een meer dan 4 km lange éénbaanstunnel. Hierin heeft 1 richting voorrang, voor auto's in de andere richting zijn er
uitwijkhavens. Terwijl we op de afgesproken plaats stonden te wachten kwam de man al aangereden met een aanhangwagen vol met
kajaks. Omdat we nog beginners zijn (behalve Ciska) zijn we niet op de zee gaan kajakken omdat het daar te hard waaide maar op een
klein meertje. We kregen speciale pakken aan en al snel dreven we in onze kajaks op het water en peddelden we kalm heen en weer over
het water. We vonden het alle drie erg leuk om te doen. Na zo'n anderhalf uur waren we het wel weer zat en zijn we uit het water
gegaan. Vervolgens zijn we terug gereden naar Isafjörður en vandaar door naar Bolungarvík waar we hebben gegeten.
Bij het restaurant zaten we op een beschut buitenterras in de zon waar we het al snel erg warm kregen. Na het eten
zijn we weer terug gereden via dezelfde kronkelige weg naar ons guesthouse. Hier kwamen we tegen half elf pas weer aan.
Vogeleiland Grimsey
Voor donderdag 15 juli hadden we in de ochtend een tochtje gepland naar het vogeleiland Grimsey voor de kust bij het plaatsje Drangsnes (IJsland
kent overigens nog een eiland dat Grimsey heet en dat precies op de poolcirkel ten noorden van IJsland ligt).
Om 9 uur moesten we in de haven van Drangsnes zijn vanwaar de boot zou vertrekken. Om precies 9 uur kwam Asbjörn de eigenaar van de boot
samen met de vriend van zijn kleindochter, aangereden. Die vriend was erbij als tolk, want als een van de weinige IJslanders sprak Asbjörn
weinig engels. Even later vertrokken we, wij waren overigens de enige drie passagiers aan boord. Het eiland ligt vrij dicht voor
de kust dus al snel waren we bij het eiland en voeren we tussen honderden vogels door die op zee zwommen, papegaaiduikers, verschillende
soorten meeuwen, zwarte zeekoeten en noordse sternen. In een kleine baai zijn we even gestopt waar we op een paar meter afstand zaten
van nestelende noordse stormvogels, drieteenmeeuwen en kuifaalscholvers. Na nog een half rondje rond Grimsey te hebben gevaren hebben we aangelegd om
een wandeling over het eiland te maken. Hier zitten papegaaiduikers, noordse stormvogels, eidereenden en diverse meeuwen.
We kwamen uiteindelijk voor de papegaaiduikers en daar zitten er ongeveer een half miljoen van op dit eiland. Tijdens de wandeling
zagen we opeens een papegaaiduiker die vast zat in een net in een gat in de grond. Met Hillekes zakmes heeft Asbjörn het net kapot gesneden
en de dankbare vogel zijn vrijheid terug gegeven. Toen we eenmaal boven op de rots waren geklommen konden we de papegaaiduikers tot wel
een meter naderen. Als je maar rustig liep en geen onverwachte bewegingen maakte bleven ze zitten en je aankijken. Bij geluid of een
te snelle beweging vlogen ze met tientallen tegelijk op. Ook zagen we in het water rond het eiland nog walvissen zwemmen, een onverwachte
verrassing. In de vuurtoren bovenop het eiland hebben we het gastenboek getekend waarna we weer terug zijn gelopen naar de boot.
Onderweg daarheen stapte Arjan met één been in een verborgen kuil waardoor hij zijn voet verzwikte en amper meer kon lopen.
Hij liep achteraan en de rest liep gewoon door, roepen had geen zin want de meeuwen en andere vogels maakten te veel lawaai. Uiteindelijk
heeft Arjan een sms naar Hilleke gestuurd dat hij niet verder kon lopen en is de vriend terug gekomen. Arjan kon inmiddels wel weer
staan en is langzaam terug gelopen naar de boot. Eénmaal terug aan land hebben we afscheid genomen en zijn we verder gereden naar Kluka.
In Kluka hebben we de tovenaarshut bekeken. Een nagebouwde turfhut die is ingericht als hut van een tovenaar (mannelijke heks). Arjan
had inmiddels niet zo veel last meer van zijn voet. Naast de hut was een zwembad met warm water uit de grond en een paar natuurlijke
hotpots. We hebben hier zo'n anderhalf uur in het water van 32 graden gezwommen. Toen we eruit gingen had Arjan opeens weer veel last
van zijn voet en kon amper meer lopen. Steunend op Hilleke is hij terug gelopen naar de auto. Vervolgens zijn we terug gereden naar
het guesthouse. Onderweg hebben we in Hólmavik boodschappen gedaan en zijn Hilleke en Ciska nog naar het schapenmuseum tegenover het
guesthouse gegaan. Arjan bleef met zijn pijnlijke voet in de auto zitten. Bij het museum heeft Ciska nog 2 lammetjes met een fles gevoerd.
Terug in het guesthouse heeft Hilleke gekookt, maar Arjan kon toen geen stap meer verzetten en verging van de pijn bij
iedere stap. Steunend op Hilleke heeft hij de 10 meter van de kamer naar de eetkamer afgelegd en is op een stoel neergeplofd. Hilleke
en Esther (eigenaresse vh guesthouse) wilden nog een dokter bellen, maar Arjan wilde eerst de nacht afwachten. Toen we na het eten
nog in de eetkamer zaten kwamen opeens de Zwitserse familie binnen die we al bij het hotel in Hanstholm en op de ferry hadden ontmoet.
Op het schip zaten ze in dezelfde gang een paar deuren verder en het was wel erg toevallig ze nu hier weer te treffen. Van hun heeft
Arjan zalf gekregen om op zijn voet te smeren en een pijnstiller om de nacht door te komen. De rest van de avond hebben we met de Zwitsers
en een IJslands echtpaar zitten praten. Tegen 12 uur werd de man door zijn vrouw gefeliciteerd, blijkt hij op dezelfde dag jarig als
Hilleke en even later bleek dat de vrouw op 2 augustus jarig is, 1 dag na Arjan. Toen we naar bed gingen was Arjan zijn voet al
een stuk minder pijnlijk en kon hij zelf naar de kamer lopen.
Skarð
De volgende dag is Hillekes verjaardag en kunnen we weer eens uit slapen. We hoeven niet zo ver te rijden naar het volgende verblijf en hoeven
dus ook niet erg vroeg op te staan. Met Arjans voet gaat het inmiddels al weer een stuk beter, hij is nog wel pijnlijk en het lopen gaat nog niet
zo snel maar duidelijk beter dan de vorige dag. Een bezoek aan een dokter is dan ook niet meer nodig. We besloten om een omweg te maken via
Skarð omdat daar volgens onze reisgids een
mooi kerkje zou staan. Dat bleek er inderdaad te staan maar de deur zal helaas op slot. Maar in het huis ernaast was een sleutel en de
bewoonster heeft de deur geopend en ons het één en ander over de historie van het kerk en het interieur verteld. Hier zijn
onder andere een preekstoel uit de 17e eeuw en een triptiek uit de 15e eeuw te zien. Via de meest westelijke punt van het schiereiland,
waar veel vogels te zien zouden moeten zijn zijn we via de zuidkant van het schiereiland terug gereden. Wij hebben echter niet veel vogels gezien.
Niet veel later waren we in Búðardalur waar we boodschappen hebben gedaan waarna we nog een klein stukje moesten
rijden naar ons volgende huisje in Haukadalur. Het kleinste huisje tot nu toe waar we ook maar 1 nacht blijven. 's Avonds hebben we ter
ere van Hillekes verjaardag in een restaurant in Búðardalur gegeten.
Eirikstaðir
De afstand van Haukadalur naar ons volgende verblijf in Borgarfjörður is niet zo ver dus hadden we besloten om een rondje over het
schiereiland Snæfellsnes te maken. Eerst zijn we echter naar Eirikstaðir gereden op slechts een paar kilometer van het huisje.
Hier liggen de vermoedelijke restanten van de boerderij van Erik de Rode. Erik de Rode is degene die rond 986 Groenland heeft ontdekt
nadat hij voor moord drie jaar was verbannen van IJsland. Zijn zoon Leif is degene die als eerste Amerika heeft ontdekt. Vlakbij de plaats
van de boerderij is nu een nagebouwde kopie te bezoeken. Binnen was iemand die op een erg leuke manier over de geschiedenis van Erik de
Rode en het leven in boerderij rond het jaar 1000 kon vertellen. Nadat we alles hadden aangehoord zijn we vertrokken voor ons rondje
Snæfellsnes.
Stykkishólmur
Het eerste deel van de weg op het schiereiland was echter niet geasfalteerd maar een
gravel weg en zelfs een vrij lang stuk en dat gaat toch minder snel dan een gewone weg. Overigens blijken de meeste wegen en niet
alleen de ringweg, wel geasfalteerd te zijn. Zoveel niet geasfalteerde wegen komen we gelukkig niet tegen. Als eerste gingen we
naar Stykkishólmur. Bij een bakkerij aan het begin van de stad (1270 inwoners) hebben we bij een bakkerij een broodje gegeten
alvorens naar de haven te rijden. Daar aangekomen zagen we dat er rondvaarten kunnen worden gemaakt over het Breidafjörður,
de grote fjord ten noorden van Snæfellsnes. De rondvaart vertrok om 14:30 en we voeren langs een aantal van de
vele eilanden in de fjord. Bij sommige werd ook gestopt, niet aangelegd, om te kijken naar onder andere het rijke vogelleven op het
eiland of een bijzondere natuur fenomeen. Verder werd onderweg nog een soort van net achter de boot aangesleept waarmee weekdieren
van de bodem werden gehaald. Toen het net na tien minuten weer werd binnengehaald zat het vol met schelpen, zeesterren, zee-egels en
andere dieren. Door de bemanning werden de eetbare opengemaakt en deze konden door de passagiers direct worden opgegeten, al die
niet vergezeld door een glas witte wijn. Wij hebben ook een aantal St. Jacobs schelpen gegeten. Rond kwart voor vijf waren we weer
terug in de haven en besloten we om naar het volgende huisje te rijden en niet het rondje over het schiereiland af te maken, dat
wilden we de volgende dag doen. Gelukkig was de weg vanuit Stykkishólmur naar Borgarnes geheel geasfalteerd en konden we
dus goed opschieten. In Borgarnes hebben we nog inkopen gedaan voor het avondeten en daarna zijn we via weg 50 richting ons
volgende verblijf gereden. Onderweg wilde Arjan bellen om door te geven dat we na 6 uur zouden aankomen, maar toen kwam hij tot de ontdekking
dat hij zijn mobiele telefoon kwijt was. Toen we bij het volgende huisje arriveerden, bleek dat er niemand in het huis van de
eigenaar aanwezig was. De sleutel zat echter in de deur van het huisje en we konden dus wel naar binnen. Even later kwam er al een wat
oudere man aangelopen die voor ons de hotpot heeft aangezet zodat we daar vanavond in kunnen. Hilleke heeft vervolgens met haar
telefoon die van Arjan proberen te bellen in de hoop dat hij door iemand was gevonden die hem zou opnemen. Dat bleek inderdaad het
geval. Een vrouw had de telefoon in Stykkishólmur gevonden en zou hem daar bij een vriendin brengen omdat ze zelf in
Reykjavik woont. We kunnen de telefoon de volgende dag in Stykkishólmur ophalen omdat we dan toch het, voor deze dag geplande, rondje
over het schiereiland Snæfellsnes willen maken en Stykkishólmur dan maar een klein stukje om is.
Snæfellsnes
Zondag zijn we als eerste terug gereden naar Stykkishólmur om Arjans telefoon op te gaan halen. Bij een benzinepomp hebben
we nog wat gekocht als bedankje. Al snel hadden we het huis gevonden en we werden hartelijk door de bewoners ontvangen en Arjan
kreeg zijn telefoon terug. De vriendin had hem ergens op de kade bij de haven gevonden. We werden uitgenodigd om koffie te drinken
maar kregen meteen een uitgebreide lunch voorgeschoteld met broodjes, diverse kazen en zelfgemaakte tonijnsalade. Al met al een
hartelijke ontvangst dus. Het al wat oudere echtpaar woont op een mooie lokatie op een heuvel boven Stykkishólmur met een
fantastisch uitzicht over de fjord en wijde omgeving. Op een gegeven moment kwam ook hun dochter nog langs die een paar woorden
Nederlands sprak omdat ze een tijdje in Nederland in Spijkenisse had gewoond en gewerkt. We hebben anderhalf uur lang erg gezellig met
ze gepraat en genoten van de lunch en het nog steeds erg mooie weer. Waren we vorige week de 10 graden gepasseerd, inmiddels waren we
de 20 graden al voorbij en liepen we de hele dag in t-shirts met korte mouwen en bleven onze winterkleren in de auto. Zo rond half
één hebben we afscheid genomen en onze rondrit over Snæfellsnes vervolgd. De volgende stop was bij de
Bjarnahófn waar een klein museum is gewijd aan de haaienvangst. Tevens is er een drogerij van haaienvlees waar het verschrikkelijk
stinkt. In het museum kon je ook een stukje haaienvlees proeven. Het rook erg naar ammoniak, maar het was op zich niet vies.
Tijdens een groote deel van onze route hadden we zicht op de besneeuwde top van de 1446 meter hoge Snæfellsjökull vulkaan. Dit
is de vulkaan waardoor de Duitse geoloog Otto Lidenbrock wilde afdalen naar het binnenste van de aarde in Jules Vernes boek 'Reis naar het
middelpunt van de aarde'.
Lavagrot van Víðgelmir
De volgende dag zijn we in de buurt van het huisje gebleven. Als eerste zijn we naar de lavagrot Víðgelmir gereden.
Om 11 uur begon daar een 1 uur durende wandeling. De grot in het lavaveld Hallmundarhraun is ontstaan rond het jaar 900 doordat
de lava aan de oppervlakte stolde en de nog vloeibare lava daaronder wegstroomde. De grot is ontdekt omdat tijdens een aardbeving
een deel van het dak is ingestort. In de grot is het behoorlijk koud en er is dus ook ijs aanwezig. De toegang tot de grot is
echter niet eenvoudig. Veel geklauter over een grote brokken lava. In de grot waren inderdaad diverse stalagtieten van ijs te zien.
Overigens is daar later in de zomer niet veel meer van over, dan is het meeste gesmolten. De gids die ons rondleidde zei ook dat toen
ze hier een paar weken geleden was er meer ijs was. Na een uur door de pikdonkere grot te hebben geklauterd zijn we er weer uit gegaan.
Omdat het in de grot zou koud was hadden we extra warme kleding aangedaan,.maar door al dat geklauter over de brokken lava kregen we het
juist erg warm en waren we blij weer buiten te staan. Overigens is de toegangsprijs voor de grot tamelijk hoog en eigenlijk te hoog voor
de bijzonderheid van de grot. Dus eigenlijk hoef je hier niet heen te gaan tenzij je het echt erg interresant vindt.
Husafell
Vanaf de grot naar Husafell was niet zo ver. Husafell is een populair gebied waar de IJslanders heen gaan om te ontspannen op mooie zomerdagen.
Ook vandaag was zo'n warme zomerdag, de temperatuur was inmiddels tot ruim boven de 20 graden gestegen. Bij Husafell kan je
wandelen, zwemmen, etc. Wij hebben eerst wat gegeten en daarna zijn we naar het zwembad bij de camping gegaan en hebben daar een
groot deel van de middag doorgebracht in het heerlijke warme water. Nadat we weer klaar waren zijn we weer terug gegaan naar ons
huisje. Op de parkeerplaats van het zwembad kwamen we weer het Zwitserse gezin Vögel tegen die we al diverse malen, zoals reeds eerder
vermeld, hadden gezien. Onderweg zijn we nog gestopt bij twee bij elkaar liggende watervallen, de Hraunfossar en Barnafoss waterval.
Bij de eerste stroomt het water over een niet waterdoorlatende laag van het lavaveld Hallmundarhraun waardoor een lage maar heel brede
waterval ontstaat. De Barnafoss (kinder waterval) heet zo omdat de legende vertelt dat hier in het verleden eens twee kinderen zijn verdronken.
Þingvellir
De volgende dag was het al weer tijd om ons luxe huisje te verlaten. Toen we opstonden zagen we voor het eerst in lange tijd geen
strakblauwe lucht, maar een zwaarbewolkte. Geen blauw of zon te bekennen. We hadden besloten om via Þingvellir naar ons volgende
onderkomen in Ölfus ten zuidoosten van Reykjavik te gaan. Þingvellir gereden is onderdeel van de Gouden Cirkel. Dit is een gebied in
IJsland waar veel toeristische attracties te vinden zijn. Zowel op cultureel gebied als natuurschoon. Naast Þingvellir vallen daar
onder andere ook de Gullfoss waterval, de Geysir geiser en het Laugarvatn meer onder. Deze laatste drie zullen we in de komende dagen ook bezoeken
maar voor deze dag stond Þingvellir gereden op het programma. Via een slechte weg, weg 52, zijn we er heen. Þingvellir
is sinds 1930 een nationaal park en is onderdeel van een verzakking van 6 km breed en 40 km lang met kloven in het oosten en westen. Hier zie je de
Midden-Atlantische rug waar de Noord-Amerikaanse en Euraziatische plaat bij elkaar komen. Deze platen drijven ieder jaar zo'n 2 cm uit elkaar.
IJsland wordt dus ieder jaar 2 cm groter. Verder is Þingvellir ook bekend doordat hier in 930 voor het eerst de Alþing, de
volksvertegenwoordiging, bijeenkwam. Dat is tot 1798 jaarlijks gebeurd. Behalve dat het een soort parlement was werd hier ook jaarlijks
een feest gevierd, werden huwelijken gesloten, sportwedstrijden gehouden en veroordeelden terechtgesteld. Ook tegenwoordig neemt
Þingvellir nog een belangrijke plaats in in IJsland. Bijvoorbeeld het 1000 jarig bestaan van IJsland en in 1944 werd er de
republiek IJsland uitgeroepen en in 2000 werd gevierd dat IJsland zich 1000 jaar eerder tot het christendom bekeerde. Eénmaal
bij Þingvellir aangekomen zijn we door de kloof gewandeld. Als eerste zijn we op de Euraziatische plaat geweest en later op de
dag hebben we over de Noord-Amerikaans plaat gelopen en uiteraard ook door de kloof tussen beide platen in. Na het langdurige bezoek
aan deze mooie en interresante plaats zijn we naar het volgende verblijf gereden.
Onderweg hebben we in Hveragerði, niet ver van Ölfus boodschappen gedaan. Om de sleutel van het huisje op te halen moesten we
eerst nog een stukje verder rijden naar hotel Hlið. Daar bleek dat er een probleem was met de reservering. We hadden een groot huisje
gereserveerd maar die was voor de komende nacht niet beschikbaar en moesten we in een een klein huisje met maar 1 slaapkamer. Niet echt
praktisch want dan moet Ciska op de bank in de woonkamer. De volgende dag zouden we dan naar een groter huisje kunnen verhuizen. Verder
zou er volgens de man in het hotel internet moeten zijn, maar dat bleek bij aankomst niet te werken.

Het tweede, grotere, huisje in Ölfus
Gouden Cirkel
De volgende dag stonden nog een aantal attracties in de Gouden Cirkel op het programma. Naast de al eerder genoemde Gullfoss waterval,
de Geysir geiser en het Laugarvatn meer hebben we ook nog de Kerið krater en de kerk in Skálholt bezocht. Voordat er echter aan
de rondrit begonnen zijn we terug gereden naar het hotel om de sleutel van ons huidige huisje in te leveren. Omdat we een te klein huisje
hadden konden we als genoegdoening ontbijten in het hotel. Dat hebben we ons dan ook goed laten smaken. Tevens bleek in het hotel het internet
wel te werken dus na het ontbijt heeft Arjan daar gebruik van gemaakt terwijl Hilleke en Ciska naar het huisje zijn terug gereden om de rest
van de bagage in te auto te laden. Het weer was overigens weer zoals we gewend waren, zonnig, warm en een strakblauwe lucht. Maar we hadden in
het hotel gezien dat dit wel de laatste mooie dag zal zijn en dat er regen op komst is vanaf vrijdag.
Kerið vulkaankrater
Als eerste op ons rondje zijn we gestopt bij de krater Kerið die 6500 jaar geleden is ontstaan na een eruptie door de instorting van
de magmakamer. De ovale krater van 270 bij 170 meter is nu gevuld met helder water. We hebben een rondje over de kraterrand gelopen en Arjan
en Ciska zijn nog in de krater afgedaald tot aan de rand van het meer.
Kerk van Skálholt
Vanaf de krater zijn we naar Skálholt gegaan. Dit is na Þingvellir de tweede belangrijke historische plaats in IJsland.
Vanaf het midden van de 11e eeuw tot 1800 was dit het centrum van het geestelijk leven in IJsland en het middelpunt van spiritualiteit,
cultuur en intellect. In 1056 werd de eerste bisschop in Skálholt benoemd. Er stond oorspronkelijk een kerk van turf die momenteel
herbouwd wordt naast de huidige kerk uit 1963. Achter de kerk bevinden zich de opgraving van het voormalig bisschoppelijk paleis waar echter
alleen nog maar het grondplan van zichtbaar is.
Gullfoss waterval
De volgende stop op de route was weer eens een waterval. De Gullfoss of gouden waterval. Deze naam heeft hij gekregen door de prachtige
regenbogen die te zien zijn als de zon schijnt. Het water valt in 2 trappen, die haaks op elkaar staan, in totaal 32 meter naar beneden.
In het begin van de 20e eeuw wilde men hier een waterkrachtcentrale bouwen maar daar verzette Sigríður Tómasdóttir
zich tegen en dreigde in de waterval te springen als de plannen doorgingen. Uiteindelijk ging eea niet door maar niet dankzij haar verzet, maar
haar beeltenis is wel afgebeeld bij de waterval. Bij Gullfoss hebben we ook wat gegeten en vervolgens zijn we naar Geysir gereden om
de geisers te bekijken.
Geysir
De geiser aller geisers, Geysir, spuit echter al lang niet meer zo vaak en hoog als vroeger. Tegenwoordig spuit hij erg onregelmatig,
maar een paar keer per dag, en dan maar zo'n 10 meter hoog. In het verleden is er vaak zeep ingegooid om hem te laten spuiten en daardoor is
hij zo van slag geraakt dat hij het tegenwoordig niet meer doet. In plaats daarvan is een nieuwe geiser geboord, Strokkur, zo'n 100
meter bij Geysir vandaan die wel regelmatig, iedere 8 a 10 minuten, spuit. Bij de Strokkur hebben we een tijd gestaan om foto's te maken
van alle stadia van het spuiten. Daarna nog wat rond gelopen door dit geothermische gebied met z'n pruttelende potten en hete bronnen.
Heel apart zijn 2 direct naast elkaar liggende meertjes (5 meter doorsnede) waarvan de ene lichtgroen water bevat en de andere
lichtblauw water. Wel lastig foto's maken omdat de overal opstijgende stoom in de weg zit.
Laugarvatn meer
Vanaf Geysir zijn we verder gegaan naar Laugarvatn. Een meer waaromheen onder andere veel watersport te beoefenen is. Echter omdat we vrij
laat waren was er weinig meer te beleven. Wat we nog wel gezien hebben is het warme bronnetje Vigðalaug dat als doopvont heeft gediend
bij de bekering tot het christendom in het jaar 1000. Dit omdat de mensen niet in koud water wilden worden gedoopt maar wel in warm water.
In een restaurant aan het meer hebben we vervolgens gegeten alvorens terug naar huis te gaan.
Reykjavik, Paardrijden en de Blue Lagoon
Toen we de volgende dag, vrijdag, opstonden was het weer duidelijk anders dan voorheen. Zwaarbewolkt en mistig. Geen blauwe lucht of
zon te zien. Na het ontbijt zijn we vertrokken om de hoofdstad Reykjavik te gaan bekijken. Als eerste zijn we bij een Tourist Info
langs gegaan om te informeren naar paardrijden, waar we de was konden doen en om een excursie naar Landmannalauger te regelen voor
de volgende dag. In de stad is geen wasserette maar het was mogelijk om te wassen op de camping in Hafnarfjörder. Dat is dezelfde
plaats waar het paardrijden is. Ciska en Arjan zouden namelijk gaan paardrijden terwijl Hilleke de was ging doen want ze kan toch niet
tegen paarden. Overigens is Reykjavik verder een weinig boeiende stad, er is weinig te zien. Er is bijvoorbeeld geen oud centrum met mooie
oude huizen of een grote oude kathedraal. Eén van de weinig dingen die er te zien is is de Hallgrims kerk, de grootste van IJsland
die is gebouwd van 1945-1988. Echt mooi is hij trouwens niet, niet van buiten en ook niet van binnen. Het was inmiddels wat begonnen te miezeren
en na nog wat straten te zijn doorgelopen zijn we wat gaan drinken. Daarna naar Hafnarfjörder via de busterminal om daar kaartjes te
kopen voor de busrit naar Landmannalaugar voor de volgende dag. Bij de busterminal blijkt dat Ciska al weer gratis is, op veel plaatsen
in IJsland zijn kinderen t/m 11 jaar gratis of met korting.
Toen we de kaartjes hadden zijn we naar de manege van Íshestar gereden. Overal op IJsland zie je
paarden en Ciska wilde nog steeds een keer paardrijden en tenslotte is een vakantie op IJsland niet compleet zonder een keer op paard te hebben gezeten.
En paardrijden kan op heel veel plaatsen in IJsland. Hilleke is vanaf het manege naar de camping in Hafnarfjörder gegaan voor de was
terwijl Arjan en Ciska een 2 uur durende paardrijtocht deden door de lavavelden waarin Hafnarfjörder ligt. Na een korte instructie gingen
ze op weg gaan met de beginnersgroep. Dat ging, op een paar korte stukken na, niet snel en éénmaal gestopt om het af- en opstijgen
te oefenen en uit te rusten. De hele tocht duurde zo'n 2 uur en bij terugkomst stond Hilleke ze al op te wachten. Arjan en Ciska kregen nog een
diploma en vervolgens zijn we naar de camping gereden want de was zat nog in de droger en die was juist klaar toen we aankwamen.
Vanaf de camping zijn we naar de Blue Lagoon gereden. Eén van de grote toeristische trekpleisters in deze omgeving en zelfs heel IJsland.
De Blue Lagoon is een aangelegd lavameer met warm water dat komt van de naastgelegen warmwater centrale. Daar wordt zeer zout water uit de bodem
gebruikt om gewoon water te verwarmen en dat zoute water komt vervolgens in de Blue Lagoon terecht. Op de bodem ligt lavagruis en het water zit
vol met mineralen, blauwwier en silicium wat het water een wit/blauwachtige kleur geeft. Het is overigens wel een prijzig zwembad, 23 euro pp,
maar gelukkig was ook hier Ciska nog gratis. We hebben ruim 2 uur in het heerlijke warme water gedobberd en daarna zijn we in het bijbehorende
Lava restaurant gaan eten alvorens terug te rijden naar huis waar we pas erg laat weer aankwamen.
Landmannalaugar
Vroeg opgestaan voor onze lange rit naar het binnenland naar Landmannalaugar. We doen een bustocht omdat we met onze auto niet over de
wegen in het binnenland kunnen rijden. Om 8:40 moesten we bij het benzinestation in Hveragerði zijn, maar een paar kilometer van
ons huisje. Omdat de bus daar normaal niet stopt moest iemand op de rotonde gaan staan om de bus op te wachten en de chauffeur
duidelijk maken dat we mee wilden. Arjan ging op de rotonde staan terwijl Hilleke en Ciska nog wat dingen kochten bij de benzinepomp.
De bus was precies op tijd en was stopte ook bij de benzinepomp. Toen we vertrokken zag het weer er nog goed uit, zonnig, blauwe lucht
en wat witte wolken. Maar hoe dichter we tijdens de ruim 3 uur durende rit bij Landmannalaugar kwamen hoe meer de lucht betrok. Onderweg
zijn we nog wel een aantal maal gestopt, onder andere in de buurt van de beroemde Hekla vulkaan. Even na 12 uur kwamen we bij
Landmannalaugar aan. Landmannalaugar is een met lava bedekt dal omgeven door ryolietbergen in de meest prachtige kleuren; geel,
bruin, rood, groen en blauw. Het lavaveld Laugahraun bestaat voor een groot deel uit obsidiaan, vulkanisch glas. We hadden ruim 2 uur
om hier rond te kijken en zijn begonnen met een wandeling (klauterpartij) over het lavaveld. Toen we daarvan terug kwamen, en bij de 2 oude Amerikaanse
schoolbussen die als winkels dienen koffie gingen drinken, begon het te miezeren. Er is ook een camping en een hut waar je kan
overnachten als rugzaktoerist. Verder is er nog een warmwatermeer waar in kan worden gezwommen. We hadden wel onze zwemkleding
meegenomen, maar vonden het te koud om er in te gaan. Toen het steeds harder begon te regenen zijn we terug gegaan naar de bus
die om 3 uur weer vertrok voor de ruim 3 uur durende terugrit.
Naar Suðursveit
Zaterdag 24 juli verlieten we het westen van IJsland om via de zuidkust koers te zetten richting het oosten. De route voerde ons langs de
inmiddels bekende Eyjafjallajökull vulkaan die in het voorjaar van 2010 voor zoveel overlast zorgde bij het vliegverkeer door enorme
hoeveelheden as uit te stoten na een uitbarsting. In de buurt van de eerste stop deze dag, de Seljalandsfoss waterval, konden we ook de
schade aan de ringweg zien die was veroorzaakt door de uitbarsting van de Eyjafjallajökull. Een deel van de weg is toen weggespoeld door
smeltend gletsjerijs en men was nog bezig om de weg te herstellen. We konden er echter wel overheen. Het weer zag er niet zo goed uit,
zwaar bewolkt en zo af en toe viel er regen. Boven de oceaan was het overigens zonnig en een blauwe lucht, maar boven land was hetprecies
het tegenovergestelde.
Seljalandsfoss waterval
Zoals hierboven reeds vermeld was de eerste stop bij weer eens een waterval, de zoveelste deze vakantie, de Seljalandsfoss waterval. Een
niet zo grote maar wel tamelijk hoge waterval, 65 meter. Het bijzondere aan deze waterval is dat je er, via een glibberig pad, achterlangs
kan lopen.
Skógafoss waterval
Vanaf de Seljalandsfoss zijn we onderlangs de vulkaan gereden naar de volgende waterval, de 60 meter hoge en 25 meter brede
Skógafoss waterval. Eén van de bekendste watervallen van IJsland. Toen we hier stopten lag het parkeerterrein en de omgeving
nog vol met as van de uitbarsting van de Eyjafjallajökull. Ciska had al speciaal een bekertje meegenomen om as in te verzamelen en dat
heeft ze hier ook direct gevuld. Overigens kun je ook in diverse souvenierwinkels een potje met as kopen voor zo'n 2000 ISK (13 euro) en
hier kun je het met kruiwagens tegelijk gratis meenemen. Via een trap met 389 treden kun je naar boven lopen vanwaar een fantastisch uitzicht
op de omgeving wordt geboden. We hadden gehoopt hiervandaan de vulkaan te kunnen zien, maar helaas zaten er nog heuvels en wolken voor.
Arjan en Ciska zijn nog een pad ingelopen in de hoop op een beter zicht, Ciska wilde namelijk erg graag de vulkaan zien. Hilleke is terug
gegaan om koffie te drinken in het restaurantje wat bij de waterval ligt. Arjan en Ciska zijn zo'n 1,5 km het pad doorgelopen naar een wat
hogere top, maar helaas zat de vulkaan in de dichte wolken en was dus niet te zien. Zij zijn dus ook maar terug gelopen en in het restaurant
hebben we wat gegeten alvorens verder te rijden.
Mýrdalsjökull, Mýrdalssandur, Dverghamrar
Vervolgens reden we onder langs de Mýrdalsjökull gletsjer. Deze lag dichter bij de weg en was dus wel te zien. Hier reden we ook
door de Mýrdalssandur, een zogenaamde zandspoelvlakte die is gevormd door de gletsjerrivieren van de Mýrdalsjökull. Hier
komen ook regelmatig zandstormen voor die het zicht ernstig kunnen belemmeren, maar wij hadden daar geen last van. Na deze sandur volgde een rit
door het 565 km2 grote Eldhraun lavaveld dat is gevormd door een uitbarsting van de spleetvulkaan Lakagigar in 1783/84. Een volgende
stop was bij een groep basaltzuilen bij Dverghamrar waar we een korte wandeling hebben gemaakt. Toen we tijdens het vervolg van de reis een
goed zicht hadden op een uitloper van de Vatnajökull zijn we even gestopt om een foto te maken. Het toeval wilde dat we dit goed
konden zien omdat hier weinig bewolking was en de gletsjer door de zon werd beschenen. Vandaar was het nog maar een klein stukje rijden
naar ons volgende guesthouse.
Jökulsárlón gletsjermeer
Het Jökulsárlón gletsjermeer is een bijzonder meer. In dit meer drijven enorme blokken ijs die van de Vatnajökull
gletsjer afbreken en vervolgens langzaam richting zee drijven. Helaas werkte de zon niet goed mee, het was zeer zwaar bewolkt en het zicht
was slechts een paar honderd meter. De gletsjer aan de overzijde van het meer was niet eens te zien. Met een amfibievoertuig zijn we het meer
opgeweest voor een rondvaart van zo'n drie kwartie tussen de ijsschotsen door. Tijdens de vaart viel er ook zo af en toe nog wat regen.
Tegen het einde van de vaart wordt even gestopt en wordt een blok kristalhelder ijs in stukken gehad zodat iedereen er iets van kan proeven.
Zo'n brok gletsjerijs is overigens al zo'n 1000 tot 1500 jaar oud. Zoiets ouds hadden we nog nooit geproefd. Na de rondvaart hebben we in
het restaurantje wat gedronken en vervolgens zijn we wat langs het meer gaan lopen en langs de rivier richting de zee. Maar door de
zeer dichte mist was er weinig aan. Gelukkig klaarde het in de loop van de dag wat op en brak zo af en toe de zon door zowat we nog
iets van dit magnifieke meer meekregen. Na nog wat te hebben gegeten zijn we naar een iets verder op gelegen gletsjermeer gereden.
In dit veel kleinere Fjallsárlón gletsjermeer drijven veel kleinere ijsbergen rond. Nadat we hier ook even hebben rondgekeken en
gelopen zijn we naar ons volgende guesthouse gereden, niet ver van het Jökulsárlón gletsjermeer verwijderd. Daar
kregen we een vrij grote kamer in een nieuwe aanbouw bij het huis die nog niet helemaal af was. In de kamer misten dan ook nog wat
zaken zoals bv een spiegel boven de wastafel.
Höfn
Nadat we onze spullen in de kamer hadden gebracht zijn we naar Höfn (spreek uit Hub)
gereden waar eerst bij de Tourist Info zijn langs geweest. In dat gebouw zit namelijk ook een interresante tentoonstelling over
de Vatnajökull gletsjer. Nadat we deze boeiende tentoonstelling hadden bekeken zijn we in restaurant Humarhöfnin in Höfn
langoustines gaan eten die hier vers gevangen zijn. Na het eten zijn we terug gereden naar ons guesthouse.
Skaftafell Nationaal Park
Toen we de volgende dag opstonden zag het er opnieuw weer grijs uit en regende het. Niet echt een dag om er op uit te trekken. Na het ontbijt
zijn we naar de Svinafellsjökull gletsjer gereden, een gletsjertong van de Vatnajökull die vrijwel direct aan de ringweg ligt.
Via een hobbelige weg konden we bij de parkeerplaats komen maar we moesten nog wel een stukje lopen naar de gletsjer. Helaas was die nog
steeds niet bereikbaar. We liepen een stukje over een smal paadje langs een berg maar nergens waren we dicht genoeg bij de gletsjer om er
op te kunnen. Toen het ook weer begon te regenen zijn we terug gelopen naar de auto. Vanaf de gletsjer was het maar een klein stukje rijden naar
het informatie centrum van het Nationaal Park Skaftafell. Hier hebben we langs de informatieborden gelopen en opeens was daar ook weer de
Zwitserse familie Vögel die we al zo vaak zijn tegengekomen deze reis. In het infocentrum was ook nog een film over de uitbarsting
van de Öræfajökull in 1996 waardoor veel schade ontstond door de zgn jökulhlaup, een gletsjerdoorbraak waarbij in
korte tijd enorme hoeveelheden water uit het Grímsvötn meer als een zondvloed de gletsjer afraasden en alles op zijn pad meesleurde.
Na nog wat te hebben gegeten zijn we naar de Svartifoss waterval gelopen, het was namelijk inmiddels gestopt met regenen. De wandeling was zo'n
1,5 km enkele reis. De waterval is op zich niet zo groot of mooi, maar vooral bekend door de mooie basaltformaties waarin de waterval ligt.
Weer terug in het infocentrum hebben we nog wat gedronken en zijn terug gereden naar ons guesthouse, het was namelijk inmiddels weer gaan regenen
en hadden geen zin verder nog iets te ondernemen.
Naar Egilsstaðir
De volgende dag zijn we wat vroeger opgestaan en nadat we na het ontbijt de spullen in de auto hadden geladen zijn we vertrokken voor het
laatste lange stuk rijden naar ons volgende en tevens laatste guesthouse in Fell bij Egilsstaðir. Eerst zijn we weer naar Höfn
gereden waar Ciska zondag iets had gezien voor Arjans verjaardag maar toen was de winkel gesloten. Nadat ze het cadeau had gekocht zijn we naar
het ook in Höfn gevestigde Huldusteinn stenen museum gegaan waar allerlei stenen en mineralen werden tentoongesteld. Dit speciaal voor Ciska
ivm haar interesse voor gesteenten. We zijn ongeveer een uur in dit niet zo grote, maar wel interresante museum geweest dat is gevestigd in een
voormalig zwembad. In het museum zijn stenen, hoofdzakelijk uit IJsland, tentoongesteld die door de eigenaren in de loop der jaren zijn verzameld.
Maar tegenwoordig (2023) lijkt het museum niet meer te bestaan. Onze volgende stop was in Djúpivogur een vissersplaatsje
en oude handelsnederzetting. In het oudste gebouw, Langabúð uit 1790, hebben we heerlijk gelunched. Vandaar zijn we verder gereden
over de ringweg waarbij we tussen Djúpivogur en Breiðalsvik nog een stuk gravelweg tegenkwamen. Net voor Breiðalsvik
zijn we nog gestopt bij een mooi uitzichtspunt aan de kust, Streitishvarf, waar we een stukje hebben gewandeld. Vandaar zijn we
in 1 ruk via de ringweg naar Fell gereden waarbij we overigens nog een lang stuk gravelweg tegenkwamen. Deze en het vorige stuk zijn nog de enige
ongeasfalteerde gedeeltes van de ringweg. Toen we even later in Egilsstaðir aankwamen was de cirkel van onze rondreis rond, hier waren
we bijna 3 weken eerder begonnen met onze rondreis over IJsland en nu zijn we er weer terug. Even later waren we aan het einde van de middag
bij het guesthouse.
Mjóifjörður fjord en een lekke band
Voor de laatste dag in IJsland hadden we nog wat bezienswaardigheden op het programma staan. Hilleke had in een folder nog een foto
gezien van een mooie waterval. De Klifbrekkufossar waterval langs weg 953 over de Mjóafjarðarheiði naar de
Mjóifjörður fjord. De weg was niet de allerbeste. Weinig gravel, maar wel veel modder en omdat het had geregend was
de weg op sommige plaatsen verradelijk glad. Aan het begin stond een bord dat waarschuwde dat de weg niet te berijden was voor
gewone auto's met een aanhangwagen, op sommige plaatsen was het hellingspercentage 18%. Uiteindelijk gingen we ook naar een hoogte van bijna 600
meter en de waterval ligt bij het fjord, dus bijna op zeeniveau. Daarvoor ging de weg op sommige plaatsen behoorlijk steil naar beneden en
met de gladheid was dat niet altijd even prettig rijden. Uiteindelijk waren we bij de waterval, maar er was geen plaats om te stoppen,
dat doen we dan op de terugweg wel, want de weg loopt niet rond het schiereiland, maar stopt gewoon aan het begin van de fjord. Toen
we langs het fjord reden zag Hilleke opeens dolfijnen zwemmen. We zijn gestopt om ze te bekijken, maar ze kwamen niet echt goed
boven water. Bijna aan het begin van het fjord, in Brekka, wilden we wat drinken, maar de enige plaats waar dat kan ging pas om 1
uur open, daar hebben we niet op gewacht en besloten we dus om weer terug te gaan. Helaas was het inmiddels behoorlijk mistig geworden en zat
het bovenste deel van de waterval in de wolken. Na een korte fotostop zijn we doorgereden.
De twee dingen die we verder nog konden bekijken waren een rendier museum en een oude turfboederij. Omdat het inmiddels was gestopt met regenen
besloten we om eerst naar de turfboerderij te gaan, dat is namelijk buiten. Via een zijweg van weg 1, weg 925 en 926, zijn we daarheen gereden.
Het was echter een zeer slechte weg en na 16 km besloten we om te keren en de boerderij de boerderij te laten. De weg was echter erg smal dus
Hilleke stapte uit om te assisteren bij het keren en toen zag ze dat de linker voorband lek was. Toch eerst nog gekeerd, en toen de schade bekeken. De band
was helemaal aan flarden en niet meer te repareren. En omdat onze auto geen reservewiel heeft, alleen een compressor en spul om in de band
te spuiten, stonden we dus voorlopig even vast in de middle of nowhere. Arjan had tijdens het rijden net daarvoor wel gevoeld dat er iets raars was, maar omdat
de weg zo slecht was dacht hij niet direct aan een lekke band. Hilleke heeft vervolgens 112 gebeld en werd doorverbonden
met de politie aan wie we onze positie doorgaven en die hebben een garage in Egilsstaðir voor ons gebeld. Er zou binnen een uur
iemand zijn. Een klein half uur later was er al een auto met een heel gezin erin die keken wat er aan de hand was en vervolgens één
en ander doorgaven aan de garage. Er zou iemand komen met een reservewiel zodat we naar de garage konden rijden om daar de band te laten
vervangen. Na nogmaals anderhalf uur wachten kwam er iemand met een busje, maar dat wiel pastte niet. Dus heeeft hij het wiel van de
auto gehaald en zijn wij met hem naar de garage gereden waar hij een nieuwe band om het wiel heeft gelegd. Vervolgens weer terug naar
de auto om dit wiel er op te zetten en na zo'n 4,5 uur konden we onze weg vervolgen. De boerderij en het museum hebben we niet meer
bezocht uiteraard maar we zijn direct terug gereden naar het guesthouse.
Terugreis
Donderdag vroeg opgestaan, we moeten voor 9 uur in de haven van Seyðisfjörður zijn. De meeste bagage hadden we
woensdagavond al in de auto gedaan. Alleen de bagage die we meenemen naar de hut moet nog worden ingepakt. Na het ontbijt konden we
dus vrijwel direct vertrekken. IJsland was ons deze laatste dag goed gezind. Sinds lange tijd geen grijze lucht maar blauwe lucht met
zo hier en daar een wolkje. Kunnen we tijdens het varen toch de fjord zien, tijdens de heenreis was het namelijk zo mistig dat we er
weinig van gezien hebben. De afstand naar Seyðisfjörður is nog geen 30 km dus binnen een half uur waren we er. Onderweg
moeten we nog over een pas en daar hing laaghangende bewolking en toen we de pas over waren bleek dat de fjord in mist was gehuld.
We konden echter wel zien dat de ferry net was binnengekomen, hij was bezig met aanmeren toen we de pas afreden. Eénmaal in
Seyðisfjörður hebben we bij de supermarkt nog de laatste inkopen gedaan en zijn vervolgens naar de haven gegaan.
Evenals in Hanstholm bij de heenreis was het ook hier weer een ongeorganiseerd zooitje. Iedereen stond kris-kras door elkaar en mensen
gingen lopend naar de incheckbalies ipv met de auto er langs te rijden. Na de incheckbalies reed ook alles maar wat door elkaar heen.
Dat hebben we bij andere ferryovertochten toch wel beter georganiseerd meegemaakt. Omdat ook nu alleen de chauffeur in de auto mocht
blijven zijn Arjan en Ciska lopend aan boord gegaan en heeft Hilleke de auto aan boord gereden. Dat laatste ging nu in tegenstelling
tot de heenreis vrij vlot. Arjan en Ciska moesten echter erg lang wachten voor de deuren open gingen en ze aan boord konden gaan.
Arjan heeft ondertussen met Irene Vögel (van de Zwitserse familie die we hier ook weer tegen kwamen) gesproken over hoe het hun de
laatste dagen was vergaan en over onze autopech. Toen Arjan en Ciska eindelijk aan boord mochten was Hilleke allang in de hut.
De boot vertrok uiteindelijk eerder dan verwacht, om 11:30 al ipv 12:00, zijn we misschien ook eerder in Denemarken. Toen we de
fjord uitvoeren konden we er toch nog wel wat van zien, de mist begon wat op te trekken. Eénmaal op open zee was deze een
stuk kalmer dan op de heenreis. Al snel kwamen we aan dek de familie Vögel weer tegen en hebben we adressen etc uitgewisseld en
even later zijn we gezamelijk wat gaan drinken. Dat doen we nu al omdat zij snel last hebben van zeeziekte en nu de zee nog kalm is
kan het dus nog. Daarna hebben we nog wat spelletjes Uno gedaan met gecombineerde Zwitserse en Nederlandse spelregels. Om 6 uur hadden
wij voor het restaurant gereserveerd en tegen zessen zijn we daar heen gegaan. Irene voelde zich inmiddels al niet zo goed meer en zij
zijn naar hun hut terug gegaan. Na het eten hebben wij nog een hele tijd aan dek gezeten en gekeken hoe de Atlantische oceaan
langzaam voorbij schoof. Rond een uur of negen was er wat consternatie aan dek, dolfijnen gezien! Iedereen liep naar de reling en
naast de boot zagen we lange tijd tientallen, zoniet meer dan honderd dolfijnen zwemmen. Helaas hadden we nu geen camera's bij ons.
Toen de dolfijnen weer voorbij waren was er even later opnieuw opwinding, nu waren het walvissen. We hebben ze echter niet
gezien, alleen het spuiten van de lucht uit hun ademgat konden we zien en ze waren ook op een behoorlijk grote afstand achter de boot.
De volgende dag uitgeslapen tot een uur of negen en daarna naar het ontbijtbuffet en vervolgens weer naar dek. We waren een paar
uur terug van de Faeröer eilanden vertrokken, dit hadden we vaag meegemaakt. De zee was nog steeds vrij kalm en de vaart verliep
voorspoedig. In de taxfree winkel nog wat inkopen gedaan en daarna zijn Ciska en Arjan naar het zwembad gegaan en heeft Hilleke wat
gelezen. Om 4 uur moesten Ciska en Arjan uit het zwembad en daarna zijn we weer wat aan dek gaan zitten tot we gingen eten. Na het eten hebben
we nog op het 'zonnedek' gezeten en wat gedronken. Je kon goed merken dat we inmiddels een stuk zuidelijker waren, het was een stuk
vroeger donker dan we gewend waren.
De laatste dag op de boot ook weer uitgeslapen en naar het ontbijtbuffer. Na het ontbijt hebben we onze spullen ingepakt en in
een bagagekluis gezet omdat we al om 11 uur, 2 uur voor aankomst (op de boot is het Faeröer tijd, 1 uur vroeger dan in Nederland,
1 uur later dan in IJsland) de hut moeten hebben verlaten. De resterende 2 uur wat in de bar gezeten in afwachting van de aankomst in
Hanstholm. Na nog een vreugerondje voor het havenhoofd meerde de boot om 14:15 (NL tijd) aan en konden we naar de auto. Voordat we er
ook af konden rijden waren we nog ruim een uur verder, pas om 15:30 reden we weer het Europese vasteland op. Na meer dan een uur op
de Deense binnenwegen waren we op de snelweg E45. In de buurt van Århus hebben we in een wegrestaurent wat gegeten en hebben we
een hotel voor de nacht geregeld. In Frøslev, net voor de grens met Duitsland, hadden we iets gevonden in een soort Deense
Links und Rechts der Autobahn. Dat was een nog een kleine 2 uur rijden vanaf Århus. Rond 8 uur waren we in het hotel.

Hotel Frøslev Kro in Frøslev
Zondag 1 augustus, Arjans 46e verjaardag. Om 8 uur ging de wekker. Nadat Arjan door Hilleke en Ciska was toegezongen was het tijd
voor cadeaus. Van Ciska een nieuwe houder voor de telefoon, de vorige was tenslotte in Stykkishólmur de oorzaak geweest van
het (tijdelijke) verlies van Arjans mobiele telefoon. En van Hilleke een soort kaartspel van IJsland. Daarna ontbeten en om 10:15
zaten we weer in de auto voor de laatste kleine 700 km naar huis. We hadden verwacht dat het op zondag niet zo druk zou zijn op de weg,
maar bij Hamburg hebben we een tijd in de file gestaan voor de Elbetunnel. En daarna schoot het op de A1 tussen Hamburg en Bremen
ook niet echt op door de vele wegwerkzaamheden. Vanaf nu gaan we Duitsland maar Baustelleland noemen. Iedere keer als je in Duitsland
bent, maakt niet uit waar, ze zijn altijd wel ergens aan de weg aan het werken. En ook al is er op sommige wegen dan geen
maximum snelheid, de gemiddelde snelheid in Baustelleland ligt dan ook niet echt hoog door al die werkzaamheden. Ergens in de middag
nog een lunchstop gedaan en daarna door naar Nederland en naar huis. Om precies 7 uur 's avonds waren we thuis van een mooie
vakantie naar een schitterend land: IJsland.











































