Vakantie IJsland 2010
Vogeleiland Grimsey
Voor donderdag 15 juli hadden we in de ochtend een tochtje gepland naar het vogeleiland Grimsey voor de kust bij het plaatsje Drangsnes (IJsland
kent overigens nog een eiland dat Grimsey heet en dat precies op de poolcirkel ten noorden van IJsland ligt).
Om 9 uur moesten we in de haven van Drangsnes zijn vanwaar de boot zou vertrekken. Om precies 9 uur kwam Asbjörn de eigenaar van de boot
samen met de vriend van zijn kleindochter, aangereden. Die vriend was erbij als tolk, want als een van de weinige IJslanders sprak Asbjörn
weinig engels. Even later vertrokken we, wij waren overigens de enige drie passagiers aan boord. Het eiland ligt vrij dicht voor
de kust dus al snel waren we bij het eiland en voeren we tussen honderden vogels door die op zee zwommen, papegaaiduikers, verschillende
soorten meeuwen, zwarte zeekoeten en noordse sternen. In een kleine baai zijn we even gestopt waar we op een paar meter afstand zaten
van nestelende noordse stormvogels, drieteenmeeuwen en kuifaalscholvers. Na nog een half rondje rond Grimsey te hebben gevaren hebben we aangelegd om
een wandeling over het eiland te maken. Hier zitten papegaaiduikers, noordse stormvogels, eidereenden en diverse meeuwen.
We kwamen uiteindelijk voor de papegaaiduikers en daar zitten er ongeveer een half miljoen van op dit eiland. Tijdens de wandeling
zagen we opeens een papegaaiduiker die vast zat in een net in een gat in de grond. Met Hillekes zakmes heeft Asbjörn het net kapot gesneden
en de dankbare vogel zijn vrijheid terug gegeven. Toen we eenmaal boven op de rots waren geklommen konden we de papegaaiduikers tot wel
een meter naderen. Als je maar rustig liep en geen onverwachte bewegingen maakte bleven ze zitten en je aankijken. Bij geluid of een
te snelle beweging vlogen ze met tientallen tegelijk op. Ook zagen we in het water rond het eiland nog walvissen zwemmen, een onverwachte
verrassing. In de vuurtoren bovenop het eiland hebben we het gastenboek getekend waarna we weer terug zijn gelopen naar de boot.
Onderweg daarheen stapte Arjan met één been in een verborgen kuil waardoor hij zijn voet verzwikte en amper meer kon lopen.
Hij liep achteraan en de rest liep gewoon door, roepen had geen zin want de meeuwen en andere vogels maakten te veel lawaai. Uiteindelijk
heeft Arjan een sms naar Hilleke gestuurd dat hij niet verder kon lopen en is de vriend terug gekomen. Arjan kon inmiddels wel weer
staan en is langzaam terug gelopen naar de boot. Eénmaal terug aan land hebben we afscheid genomen en zijn we verder gereden naar Kluka.
In Kluka hebben we de tovenaarshut bekeken. Een nagebouwde turfhut die is ingericht als hut van een tovenaar (mannelijke heks). Arjan
had inmiddels niet zo veel last meer van zijn voet. Naast de hut was een zwembad met warm water uit de grond en een paar natuurlijke
hotpots. We hebben hier zo'n anderhalf uur in het water van 32 graden gezwommen. Toen we eruit gingen had Arjan opeens weer veel last
van zijn voet en kon amper meer lopen. Steunend op Hilleke is hij terug gelopen naar de auto. Vervolgens zijn we terug gereden naar
het guesthouse. Onderweg hebben we in Hólmavik boodschappen gedaan en zijn Hilleke en Ciska nog naar het schapenmuseum tegenover het
guesthouse gegaan. Arjan bleef met zijn pijnlijke voet in de auto zitten. Bij het museum heeft Ciska nog 2 lammetjes met een fles gevoerd.
Terug in het guesthouse heeft Hilleke gekookt, maar Arjan kon toen geen stap meer verzetten en verging van de pijn bij
iedere stap. Steunend op Hilleke heeft hij de 10 meter van de kamer naar de eetkamer afgelegd en is op een stoel neergeplofd. Hilleke
en Esther (eigenaresse vh guesthouse) wilden nog een dokter bellen, maar Arjan wilde eerst de nacht afwachten. Toen we na het eten
nog in de eetkamer zaten kwamen opeens de Zwitserse familie binnen die we al bij het hotel in Hanstholm en op de ferry hadden ontmoet.
Op het schip zaten ze in dezelfde gang een paar deuren verder en het was wel erg toevallig ze nu hier weer te treffen. Van hun heeft
Arjan zalf gekregen om op zijn voet te smeren en een pijnstiller om de nacht door te komen. De rest van de avond hebben we met de Zwitsers
en een IJslands echtpaar zitten praten. Tegen 12 uur werd de man door zijn vrouw gefeliciteerd, blijkt hij op dezelfde dag jarig als
Hilleke en even later bleek dat de vrouw op 2 augustus jarig is, 1 dag na Arjan. Toen we naar bed gingen was Arjan zijn voet al
een stuk minder pijnlijk en kon hij zelf naar de kamer lopen.
Skarð
De volgende dag is Hillekes verjaardag en kunnen we weer eens uit slapen. We hoeven niet zo ver te rijden naar het volgende verblijf en hoeven
dus ook niet erg vroeg op te staan. Met Arjans voet gaat het inmiddels al weer een stuk beter, hij is nog wel pijnlijk en het lopen gaat nog niet
zo snel maar duidelijk beter dan de vorige dag. Een bezoek aan een dokter is dan ook niet meer nodig. We besloten om een omweg te maken via
Skarð omdat daar volgens onze reisgids een
mooi kerkje zou staan. Dat bleek er inderdaad te staan maar de deur zal helaas op slot. Maar in het huis ernaast was een sleutel en de
bewoonster heeft de deur geopend en ons het één en ander over de historie van het kerk en het interieur verteld. Hier zijn
onder andere een preekstoel uit de 17e eeuw en een triptiek uit de 15e eeuw te zien. Via de meest westelijke punt van het schiereiland,
waar veel vogels te zien zouden moeten zijn zijn we via de zuidkant van het schiereiland terug gereden. Wij hebben echter niet veel vogels gezien.
Niet veel later waren we in Búðardalur waar we boodschappen hebben gedaan waarna we nog een klein stukje moesten
rijden naar ons volgende huisje in Haukadalur. Het kleinste huisje tot nu toe waar we ook maar 1 nacht blijven. 's Avonds hebben we ter
ere van Hillekes verjaardag in een restaurant in Búðardalur gegeten.
Eirikstaðir
De afstand van Haukadalur naar ons volgende verblijf in Borgarfjörður is niet zo ver dus hadden we besloten om een rondje over het
schiereiland Snæfellsnes te maken. Eerst zijn we echter naar Eirikstaðir gereden op slechts een paar kilometer van het huisje.
Hier liggen de vermoedelijke restanten van de boerderij van Erik de Rode. Erik de Rode is degene die rond 986 Groenland heeft ontdekt
nadat hij voor moord drie jaar was verbannen van IJsland. Zijn zoon Leif is degene die als eerste Amerika heeft ontdekt. Vlakbij de plaats
van de boerderij is nu een nagebouwde kopie te bezoeken. Binnen was iemand die op een erg leuke manier over de geschiedenis van Erik de
Rode en het leven in boerderij rond het jaar 1000 kon vertellen. Nadat we alles hadden aangehoord zijn we vertrokken voor ons rondje
Snæfellsnes.
Stykkishólmur
Het eerste deel van de weg op het schiereiland was echter niet geasfalteerd maar een
gravel weg en zelfs een vrij lang stuk en dat gaat toch minder snel dan een gewone weg. Overigens blijken de meeste wegen en niet
alleen de ringweg, wel geasfalteerd te zijn. Zoveel niet geasfalteerde wegen komen we gelukkig niet tegen. Als eerste gingen we
naar Stykkishólmur. Bij een bakkerij aan het begin van de stad (1270 inwoners) hebben we bij een bakkerij een broodje gegeten
alvorens naar de haven te rijden. Daar aangekomen zagen we dat er rondvaarten kunnen worden gemaakt over het Breidafjörður,
de grote fjord ten noorden van Snæfellsnes. De rondvaart vertrok om 14:30 en we voeren langs een aantal van de
vele eilanden in de fjord. Bij sommige werd ook gestopt, niet aangelegd, om te kijken naar onder andere het rijke vogelleven op het
eiland of een bijzondere natuur fenomeen. Verder werd onderweg nog een soort van net achter de boot aangesleept waarmee weekdieren
van de bodem werden gehaald. Toen het net na tien minuten weer werd binnengehaald zat het vol met schelpen, zeesterren, zee-egels en
andere dieren. Door de bemanning werden de eetbare opengemaakt en deze konden door de passagiers direct worden opgegeten, al die
niet vergezeld door een glas witte wijn. Wij hebben ook een aantal St. Jacobs schelpen gegeten. Rond kwart voor vijf waren we weer
terug in de haven en besloten we om naar het volgende huisje te rijden en niet het rondje over het schiereiland af te maken, dat
wilden we de volgende dag doen. Gelukkig was de weg vanuit Stykkishólmur naar Borgarnes geheel geasfalteerd en konden we
dus goed opschieten. In Borgarnes hebben we nog inkopen gedaan voor het avondeten en daarna zijn we via weg 50 richting ons
volgende verblijf gereden. Onderweg wilde Arjan bellen om door te geven dat we na 6 uur zouden aankomen, maar toen kwam hij tot de ontdekking
dat hij zijn mobiele telefoon kwijt was. Toen we bij het volgende huisje arriveerden, bleek dat er niemand in het huis van de
eigenaar aanwezig was. De sleutel zat echter in de deur van het huisje en we konden dus wel naar binnen. Even later kwam er al een wat
oudere man aangelopen die voor ons de hotpot heeft aangezet zodat we daar vanavond in kunnen. Hilleke heeft vervolgens met haar
telefoon die van Arjan proberen te bellen in de hoop dat hij door iemand was gevonden die hem zou opnemen. Dat bleek inderdaad het
geval. Een vrouw had de telefoon in Stykkishólmur gevonden en zou hem daar bij een vriendin brengen omdat ze zelf in
Reykjavik woont. We kunnen de telefoon de volgende dag in Stykkishólmur ophalen omdat we dan toch het, voor deze dag geplande, rondje
over het schiereiland Snæfellsnes willen maken en Stykkishólmur dan maar een klein stukje om is.
Snæfellsnes
Zondag zijn we als eerste terug gereden naar Stykkishólmur om Arjans telefoon op te gaan halen. Bij een benzinepomp hebben
we nog wat gekocht als bedankje. Al snel hadden we het huis gevonden en we werden hartelijk door de bewoners ontvangen en Arjan
kreeg zijn telefoon terug. De vriendin had hem ergens op de kade bij de haven gevonden. We werden uitgenodigd om koffie te drinken
maar kregen meteen een uitgebreide lunch voorgeschoteld met broodjes, diverse kazen en zelfgemaakte tonijnsalade. Al met al een
hartelijke ontvangst dus. Het al wat oudere echtpaar woont op een mooie lokatie op een heuvel boven Stykkishólmur met een
fantastisch uitzicht over de fjord en wijde omgeving. Op een gegeven moment kwam ook hun dochter nog langs die een paar woorden
Nederlands sprak omdat ze een tijdje in Nederland in Spijkenisse had gewoond en gewerkt. We hebben anderhalf uur lang erg gezellig met
ze gepraat en genoten van de lunch en het nog steeds erg mooie weer. Waren we vorige week de 10 graden gepasseerd, inmiddels waren we
de 20 graden al voorbij en liepen we de hele dag in t-shirts met korte mouwen en bleven onze winterkleren in de auto. Zo rond half
één hebben we afscheid genomen en onze rondrit over Snæfellsnes vervolgd. De volgende stop was bij de
Bjarnahófn waar een klein museum is gewijd aan de haaienvangst. Tevens is er een drogerij van haaienvlees waar het verschrikkelijk
stinkt. In het museum kon je ook een stukje haaienvlees proeven. Het rook erg naar ammoniak, maar het was op zich niet vies.
Tijdens een groote deel van onze route hadden we zicht op de besneeuwde top van de 1446 meter hoge Snæfellsjökull vulkaan. Dit
is de vulkaan waardoor de Duitse geoloog Otto Lidenbrock wilde afdalen naar het binnenste van de aarde in Jules Vernes boek 'Reis naar het
middelpunt van de aarde'.
Lavagrot van Víðgelmir
De volgende dag zijn we in de buurt van het huisje gebleven. Als eerste zijn we naar de lavagrot Víðgelmir gereden.
Om 11 uur begon daar een 1 uur durende wandeling. De grot in het lavaveld Hallmundarhraun is ontstaan rond het jaar 900 doordat
de lava aan de oppervlakte stolde en de nog vloeibare lava daaronder wegstroomde. De grot is ontdekt omdat tijdens een aardbeving
een deel van het dak is ingestort. In de grot is het behoorlijk koud en er is dus ook ijs aanwezig. De toegang tot de grot is
echter niet eenvoudig. Veel geklauter over een grote brokken lava. In de grot waren inderdaad diverse stalagtieten van ijs te zien.
Overigens is daar later in de zomer niet veel meer van over, dan is het meeste gesmolten. De gids die ons rondleidde zei ook dat toen
ze hier een paar weken geleden was er meer ijs was. Na een uur door de pikdonkere grot te hebben geklauterd zijn we er weer uit gegaan.
Omdat het in de grot zou koud was hadden we extra warme kleding aangedaan,.maar door al dat geklauter over de brokken lava kregen we het
juist erg warm en waren we blij weer buiten te staan. Overigens is de toegangsprijs voor de grot tamelijk hoog en eigenlijk te hoog voor
de bijzonderheid van de grot. Dus eigenlijk hoef je hier niet heen te gaan tenzij je het echt erg interresant vindt.
Husafell
Vanaf de grot naar Husafell was niet zo ver. Husafell is een populair gebied waar de IJslanders heen gaan om te ontspannen op mooie zomerdagen.
Ook vandaag was zo'n warme zomerdag, de temperatuur was inmiddels tot ruim boven de 20 graden gestegen. Bij Husafell kan je
wandelen, zwemmen, etc. Wij hebben eerst wat gegeten en daarna zijn we naar het zwembad bij de camping gegaan en hebben daar een
groot deel van de middag doorgebracht in het heerlijke warme water. Nadat we weer klaar waren zijn we weer terug gegaan naar ons
huisje. Op de parkeerplaats van het zwembad kwamen we weer het Zwitserse gezin Vögel tegen die we al diverse malen, zoals reeds eerder
vermeld, hadden gezien. Onderweg zijn we nog gestopt bij twee bij elkaar liggende watervallen, de Hraunfossar en Barnafoss waterval.
Bij de eerste stroomt het water over een niet waterdoorlatende laag van het lavaveld Hallmundarhraun waardoor een lage maar heel brede
waterval ontstaat. De Barnafoss (kinder waterval) heet zo omdat de legende vertelt dat hier in het verleden eens twee kinderen zijn verdronken.







