Vakantie IJsland 2010
Askja vulkaan
Op zaterdag hadden we de enige al van te voren gereserveeerde excursie, naar de krater van de Askja vulkaan in het binnenland van IJsland,
een plaats waar wij met onze gewone auto niet kunnen komen. De bus vertrok om 8 uur vanaf de Tourist Info in Reykjahlið De weg naar de
Askja vulkaan is weg F88. De meeste F wegen in het binnenland zijn slechte wegen die alleen met een 4WD kunnen worden bereden.
Nadat we een riviertje waren overgestoken hadden we ook de eerste stop bij een watervalletje met een bron met kristalhelder water waar we
onze waterflessen hebben bijgevuld. Het meeste water in IJsland is namelijk heerlijk drinkbaar water. Na een korte stop zijn we
doorgegaan waarna we nog een stop hadden bij een schuilhut van een vroegere boef, Fjalla Eyvindur, die zich in dit onherbergzame, onbewoonde land
had schuilgehouden in een kuil in de grond. Een andere stop onderweg naar Askja was bij een soort van maanlandschap waar onder andere
de NASA in de jaren 60 heeft geoefend voor de maanvluchten omdat het landschap er veel overeenkomsten zou hebben met het landschap op
de maan. Rond 12:30 waren we bij de Askja vulkaan. Het weer was overigens deze dag niet zo best. Zwaar bewolkt en zo af en toe viel er
regen uit. Vanaf de parkeerplaats was het nog meer dan een half uur lopen door de zo'n 50 km2 grote caldera van de Askja krater naar het
kratermeer dat is gevormd na de uitbarsting in 1875 toen een nieuwe caldera ontstond welke met water is gevuld en zo het 11 km2 grote
Öskjuvatn vormt. We zijn ruim een half uur bij de krater gebleven waarbij nog een paar mensen in de Viti zijn afgedaald om daar te
gaan zwemmen in het warme, melkwitte water van de Viti. Na het half uur begon het weer zachtjes te regenen en zijn we aan de terugtocht naar de bus
begonnen. Hierbij zijn we nog behoorlijk nat geregend. Toen iedereen weer bij de bus was zijn we met nog een aantal stops terug gereden
naar Reykjahlið waar we rond 7 uur 's avonds weer aankwamen. Bij de supermarkt hebben we nog inkopen gedaan en daarna zijn we terug gereden
naar ons huisje. Eénmaal thuis bleek dat Ciska haar camera in de bus had laten liggen. Hilleke is toen bij de eigenaresse van
het huisje gaan bellen met de organisatie die de trip had gedaan. Daar hadden ze de camera gevonden en ze zouden zorgan dat die de
volgende dag bij de Tourist Info in Reykjahlið zou liggen waar we hem konden ophalen.
Dettifoss en Hafragilsfoss waterval
De volgende dag zijn we weer eerst naar Húsavík gereden om een walvissafari te doen. We wilden een 4 uur durende
tocht met een zeilboot om op zoek te gaan naar walvissen in de baai bij Húsavík. Het bleek echter dat de tour van 9:30
van de zeilboot niet doorging, maar wel die van 's middags 16:00 uur alhoewel die om 16:30 zou gaan. Daarvoor hebben we dan ook drie
plaatsen gereserveerd. Verolgens zijn we weer terug gegaan naar Reykjahlið om bij de Tourist Info Ciska's camera op te gaan halen.
Die bleek daar echter niet te zijn en de dame achter de balie, Katharina, heeft geprobeerd om de eigenaar van de tourmaatschappij te
bellen, maar ze kon hem niet bereiken omdat hij waarschijnlijk naar de kerk was. We hebben telefoonnummers uitgewisseld zodat ze ons
kon bellen als ze meer wist of wij haar om te informeren naar de status. Daarna zijn we vertrokken naar de Dettifoss waterval,
één van de grootste en indrukwekkendste watervallen van Europa. De weg daarheen was echter niet zo best, 28 km over een
onverharde weg met een wegdek als een wasbord. Een eerste keer op een dergelijke weg begin je met heel rustig te rijden, maar dat hobbelt
juist het meest. Na verloop van tijd zijn we sneller gaan rijden zodat je het minste last hebt van de hobbels. Echter de grote gaten in
het wegdek konden we niet zien omdat er veel plassen op de weg stonden omdat het some regende. Na een lange hobbelige rit kwamen we
eindelijk bij de waterval aan. De waterval was inderdaad erg indrukwekkend, met donderend geweld stort zich hier gemiddeld zo'n 193 m3/s
water van de Jökulsá á Fjöllum rivier over een breedte van 100 meter zo'n 45 meter naar beneden. Na een korte
wandeling zijn we doorgereden naar de volgende waterval een stukje verderop, de Hafragilsfoss waterval. Terwijl we daar waren belde Katharina
dat ze de camera met de bus naar Húsavík zou sturen en hem door de chauffeur naar restaurant Gamli Baukur zou laten brengen waar
wij na de walvissafari zouden gaan eten.
Ásbyrgi
Na het bezoek aan de watervallen zijn we verder gereden naar Ásbyrgi (Godenburcht). Dit is een 4 km lange kloof met
steile rotswanden van zo'n 100 meter hoog. De weg loopt tot achter in de kloof waar we een korte wandeling hebben gemaakt door een
bos. Iets unieks voor IJsland, veel bomen zijn er namelijk niet, laat staan bossen. De bomen die er zijn zijn overigens erg klein,
de meeste zijn niet hoger dan zo'n meter of tien. Inmiddels liet ook eindelijk de zon zich eens zien en zagen we zo af en toe ook eens
wat blauwe lucht. Twee verschijnselen die we deze vakantie nog niet eerder hadden gezien. Ook de temperatuur liet eindelijk eens
waarden zien met dubbele cijfers, we haalden vandaag de 11 graden! Na een wandeling door de kloof hebben we koers gezet naar
Húsavík zodat we daar op tijd zouden zijn voor de walvissafari. Onderweg nog een paar keer gestopt bij hoge kliffen op
het schiereiland Tjönes aan de Öxarfjörður fjord om te zien of we papegaaiduikers konden vinden. Bij de eerste
stop dreven ze allemaal nog verder ons in de zee, maar bij een tweede stop iets verder weg konden we ze duidelijk op de kliffen zien zitten.
Walvissafari
Eénmaal in Húsavík zijn we bij restaurant Gamli Baukur
koffie gaan drinken en hebben een tafel gereserveerd voor de avond. Tegen half vijf gingen we naar de boot waar we een wind- en waterdicht
pak kregen. Om half vijf vertrok de zeilboot voor de 4 uur durende rondvaart om op zoek te gaan naar walvissen, dolfijnen en
papegaaiduikers. Helaas hebben we geen walvis gezien, maar wel tientallen dolfijnen en ook heel veel papegaaiduikers bij het
vogeleiland Lundey. De tocht duurde uiteindelijk wel iets korter dan 4 uur, even na achten waren we weer terug in de haven. Na het pak
te hebben uitgetrokken zijn we naar het restaurant gelopen, daar wisten ze in eerste instantie niets van een camera, maar even later kwam
er toch een pakje te voorschijn waarin Ciska's camera bleek te zitten. Arjan heeft vervolgens Katharina ge-sms-ed om haar te bedanken
voor al haar inspanningen. We hebben heerlijk gegeten terwijl in een andere ruimte in het restaurant een groot scherm stond waarop de
WK finale Nederland-Spanje was te volgen. Toen we klaar waren met eten wisten we dus ook dat Spanje kampioen was geworden en
vervolgens zijn we terug gereden naar ons huisje.
Naar de Westfjorden
Maandag 12 juli was het alweer zover dat we ons eerste huisje gingen verlaten en op weg gingen naar het westen van IJsland. We hadden een
tussenstop van 1 nacht in Ásar omdat de Westfjorden te ver weg waren om in 1 dag te doen en omdat we ook nog een aantal stops wilden maken.
De eerste stop was niet zo ver van het huisje, de Goðafoss waterval. Eén van de bekendste watervallen
van het land met een hoogte van slechts 12 meter. De waterval heeft zijn naam te danken aan het feit dat een wetspreker in het jaar 1000, na
thuiskomst van de jaarlijkse vergadering van het Alþing, op deze plaats de afgodsbeelden uit de tempel in het water heeft gegooid
omdat op de vergadering was besloten het christelijk geloof aan te nemen. Na de waterval zijn we verder gereeden en hebben een stop gemaakt
bij een oude turfboederij bij Laufás uit 1840-1870 die tot 1936 bewoond is geweest en nu een museum is. Tevens hebben we het er naast
gelegen kerkje bezocht. Via Akureyri, waar we behalve om te tanken niet hebben gestopt, zijn we over het schiereiland Eyjafjardhar met een
omweg langs de kust gereden. Net voor we bij ons huisje waren begon de lucht weer te betrekken en kregen we een enorme plensbui over ons heen.
Echter bij aankomst in in Ásar bij huisje Stóra-Giljá was het weer droog en konden we de spullen droog uitladen.
Dit huisje had een hotpot, een jacuzzi buiten het huisje die met heet water kan worden gevuld. Hier hebben we met z'n drie-en een groot
deel van de avond in doorgebracht.
Lekker uitgeslapen de volgende dag, we hebben geen niet zo'n lange rit voor de boeg naar ons volgende onderkomen op de Westfjorden ten zuiden
van Hólmavik. De eerste stop was al dicht bij Asar in Þingeyrar. Hier was één van de belangrijkste boerderijen
van de streek en er stond ook een klooster. Op de plaats van het klooster staat nu een alleraardigst stenen kerkje. Deze Þingeyrarkirkja
is te bezichtigen maar er moet wel toegang voor betaald worden, maar het is het meer dan waard. In het schitterende interieur staan onder andere een 15e
eeuws altaarstuk uit Engeland en een preekstoel uit Nederland. Na het kerkje zijn we maar weer eens een waterval gaan bekijken,
deze keer die van Kolugljúfur. Het kostte wat moeite om ze te vinden want de kaart, onze reisboeken en de wegwijzers waren het
niet allemaal eens over de wegnummers. Maar uiteindelijk hebben we de waterval toch gevonden. Hier geen bussen vol met toeristen, we
waren de enigen bij de waterval. Arjan en Ciska hebben nog geprobeerd om als ware Hollanders een deel van de waterval af te dammen.
Na nog een ritje langs de kust, waar veel drijfhout ligt, kwamen we in de loop van de middag van deze dag met mooi weer bij ons volgende
huisje Kirkjuböl in Steingrimsfjörður. Geen huisje voor ons zelf maar een kamer in een bed & breakfast. 's Avonds zijn
we gaan eten in een restaurant in Hólmavik waar Hilleke en Arjan voor het eerst papegaaiduiker vlees hebben gegeten. Ciska vond dat
te zielig voor zo'n beestje en heeft wat anders genomen.
Isafjörður
De volgende dag zijn we vroeg opgestaan want we wilden naar Isafjörður. Hemelsbreed nog geen 90 km van het guesthouse verwijderd
maar over de weg meer dan 220 km. De weg kronkelt namelijk om de baaien en inhammen van de Isafjarðardjúp. Toen we
vertrokken zag de lucht er zwaar bewolkt uit en toen we over de Steingrimsfjarðarheiði hoogvlakte reden, reden we op een gegeven
moment in de wolken. Maar toen we over de hoogvlakte heen waren en bij de zee aankwamen was het grootste deel van de bewolking al
weggetrokken en keken we weer tegen een blauwe lucht aan. We zijn dan ook op diverse plaatsen langs de kust gestopt om van het
schitterende uitzicht over de fjord en de tegenoverliggende Drangajökull gletsjer te genieten. Bij de voormalige turfboerderij Litlibær zijn we
gestopt om van koffie met wafels te genieten. Na een lange rit kwamen we uiteindelijk in Isafjörður. Bij de Tourist
Info hebben we gevraagd naar de mogelijkheden om te gaan kajakken. De meeste bieden dit echter pas aan voor kiinderen vanaf 13 jaar.
Uiteindelijk heeft de dame bij de Tourist Info er één gevonden die ook jongere kinderen meeneemt. Deze was echter niet te bereiken.
In het restaurant naast de Tourist Info toen eerst wat gegeten en daarna bleek de man wel te bereiken en we konden er direct heen rijden.
We moesten daarvoor door
een meer dan 4 km lange éénbaanstunnel. Hierin heeft 1 richting voorrang, voor auto's in de andere richting zijn er
uitwijkhavens. Terwijl we op de afgesproken plaats stonden te wachten kwam de man al aangereden met een aanhangwagen vol met
kajaks. Omdat we nog beginners zijn (behalve Ciska) zijn we niet op de zee gaan kajakken omdat het daar te hard waaide maar op een
klein meertje. We kregen speciale pakken aan en al snel dreven we in onze kajaks op het water en peddelden we kalm heen en weer over
het water. We vonden het alle drie erg leuk om te doen. Na zo'n anderhalf uur waren we het wel weer zat en zijn we uit het water
gegaan. Vervolgens zijn we terug gereden naar Isafjörður en vandaar door naar Bolungarvík waar we hebben gegeten.
Bij het restaurant zaten we op een beschut buitenterras in de zon waar we het al snel erg warm kregen. Na het eten
zijn we weer terug gereden via dezelfde kronkelige weg naar ons guesthouse. Hier kwamen we tegen half elf pas weer aan.






